Op het matje moeten komen
Wie bij iemand op het matje moet komen, moet bij iemand komen om zich te verantwoorden. Er wordt ook weleens gesproken van iemand op het matje roepen, wat 'iemand naar je toe roepen om hem op zijn kop te geven' betekent.
De herkomst van deze uitdrukking is helaas niet bekend. Het Junior Spreekwoordenboek van Van Dale (2001) oppert dat mensen die vroeger straf kregen misschien op een kleine mat moesten gaan staan, op een strafmatje dus. Andere naslagwerken vermelden helemaal geen herkomst. Wellicht is er een verband met het feit dat iemand op de mat laten staan (en hem niet vragen binnen te komen) een manier is om hem te laten merken dat je hem niet als gelijke ziet. Van Dale (2005) vermeldt niet voor niets iemand op de mat laten staan met de betekenis 'niet in de kamer laten'. Zelf bij de deur blijven staan – en niet zomaar binnen- of doorlopen – is een uiting van beleefdheid, maar kan ook duiden op onzekerheid en een schuldbewuste houding.
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt op het matje moeten komen één keer in een citaat, maar verder niet. Wel geeft het WNT iemand op het mad komen. Dat lijkt veelbelovend, maar mad is hier een maaiersterm, met de betekenis 'een strook grond'. Iemand op het mad komen betekende 'hem onder het maaien inhalen', en vandaar ging het 'iemand overvallen, plotseling bij iemand binnenvallen' betekenen. Ook F.A. Stoett vermeldt iemand op 't mat/mad komen in deze betekenis. Een verband met op het matje moeten komen kan er echter niet zijn. Dat de betekenis van 'bij iemand binnenvallen' verandert in 'bij iemand moeten komen om verantwoording af te leggen' is namelijk al onwaarschijnlijk. Bovendien is er geen enkele aanwijzing via welke tussenstappen dat dan zou zijn gegaan. Hoe is moeten in de uitdrukking terechtgekomen? Hoe is de perspectiefwisseling (van 'binnenvallen' naar 'gesommeerd worden te komen') verlopen? Het is dus niet anders: de herkomst van op het matje moeten komen is in nevelen gehuld.




