Print deze pagina

Op stang jagen

Waar komt de zegswijze iemand op stang jagen vandaan?

Iemand op stang jagen betekent 'iemand boos maken'. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) gebeurt dat vaak op een plagende manier (net als bij iemand in de gordijnen jagen of iemand op de kast jagen). Vergelijk ook zitten te stangen ('iemand plagen zodat hij/zij boos wordt').

Met de stang in op stang jagen wordt het bit van een paard bedoeld. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt een paard op de stang rijden, met de betekenis "het [paard] flink den teugel doen gevoelen". Van daaruit ontstond de zegswijze iemand op de stang rijden ("hem streng behandelen, kort houden") en later ook iemand op stang rijden of jagen ("hem boos, kwaad, woedend maken"). Ook F.A. Stoett vermeldt in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden als oorspronkelijke zegswijze iemand op de stang rijden ("iemand narijden, hem nauwlettend nagaan; scherp op zijn doen en laten toezien, achter de broek zitten; hem streng behandelen").

Iemand op stang jagen is een tamelijk jonge zegswijze (vermoedelijk uit het begin van de twintigste eeuw); Van Dale vermeldt haar voor het eerst in de zevende druk (1950).

Een verouderde zegswijze die eveneens met het tuig van een paard te maken heeft, is iemand op de trens rijden ('veel kunnen verdragen van iemand'). De trens is volgens Stoett "een toom zonder stang", die het paard meer vrijheid geeft en de ruiter minder zeggenschap over het dier.

Trefwoorden

terug