Print deze pagina

Op zijn dooie akkertje

Waar komt op zijn dooie akkertje vandaan?

Wie iets op zijn dooie akkertje doet, doet het kalm aan en laat zich niet haasten.

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek (2006) van Van Dale vermeldt dat de herkomst van deze zegswijze onduidelijk is, en merkt alleen op dat dood vaker wordt gebruikt als versterking, zoals in doodmager en doodsbleek. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij op zijn dooie gemak: "Eenigszins op zichzelf staat het gebruik [van dood] in op zijn enz. doode (uitgesproken dooie) gemak, waarin dood weinig meer is dan eene versterking van gemak." Op zijn dooie akkertje komt in het WNT niet voor.

Het Junior Spreekwoordenboek van Van Dale (2001) noemt op zijn dooie akkertje een variant van op zijn dooie gemak, en suggereert dat er misschien verwezen wordt naar het akkerland van een boer, die er heel rustig overheen loopt om het gras te bekijken.

Riemer Reinsma, gezegdendeskundige en vaste medewerker van Onze Taal, wees ons op een zinsnede in een deel van de De Jordaan (1914), een "Amsterdamsch epos" van de schrijver Israël Querido. Daarin is sprake van op zijn akker zijn, met de betekenis 'in gelukkige omstandigheden verkeren'. Het is goed voorstelbaar dat op zijn akker later 'zonder veel inspanning' ging betekenen; later werd dan het versterkende dooie nog toegevoegd.

Volgens deze verklaring zou op zijn akker(tje) vergelijkbaar zijn met een zegswijze als in zijn knollentuin zijn (volgens F.A. Stoett betekent dit 'hij is in zijn schik'. Het werd oorspronkelijk van een haas gezegd die zich te goed doet aan lof van knollen – denk aan het liedje In een groen, groen, groen, groen knollenland / daar zaten twee haasjes heel parmant). Stoett geeft nog meer varianten, zoals in zijn tuin zijn, in zijn koeweide zijn, in zijn hof zijn. Allemaal betekenen ze 'het naar de zin hebben'.

Trefwoorden

terug