Print deze pagina

Schitteren door afwezigheid

Waar komt de uitdrukking schitteren door afwezigheid vandaan?

Als van iemand wordt gezegd dat hij schittert door afwezigheid, wordt bedoeld dat iemand niet aanwezig is terwijl dat wél verwacht werd. De afwezigheid van deze persoon valt dus op. Schitteren door afwezigheid heeft vaak een spottend-ironische bijbetekenis ('en wie durfden er niet te komen ...', 'en wie namen niet de moeite te komen ...').

F.A. Stoett vermeldt bij schitteren door afwezigheid de betekenis "zich doen opmerken, de aandacht tot zich trekken, door niet te verschijnen, waar men met reden verwacht kon worden. Ook wel schertsend in 't algemeen gezegd voor afwezig zijn, doch altijd met het denkbeeld, dat het afwezig zijn de aandacht trekt, in 't oog loopt."

Voor de herkomst van deze uitdrukking verwijst Stoett, net als het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006), naar een tekst van de Romeinse schrijver Tacitus, die in zijn Annales de begrafenis van Junia beschrijft. Zij was de vrouw van Cassius en de zus van Brutus, die allebei betrokken waren bij de moord op Caesar (44 v.Chr.). Tijdens de begrafenis van Junia (die veel later, in 22 n.Chr., plaatsgevonden zou hebben), werden de portretten van allerlei voorname families en verwanten voor de lijkbaar uit gedragen, maar het viel op dat de portretten van Cassius en Brutus ontbraken. Tacitus schrijft: "Maar Cassius en Brutus vielen in het oog, eenvoudig doordat hun afbeeldingen niet te zien waren." De Franse schrijver Joseph Chénier (1764-1811) vertaalde deze zin in zijn treurspel Tibère als: "Brutus et Cassius brillaient par leur absence." De Nederlandse uitdrukking schitteren door afwezigheid is hier een vertaling van.

Het Duits en het Engels kennen de uitdrukking ook: durch seine Abwesenheit glänzen; to be conspicuous ('opvallend') by one's absence.

Trefwoorden

terug