Strijk-en-zet
Strijk-en-zet betekent 'herhaaldelijk, telkens weer, geregeld', bijvoorbeeld in 'Zij komt strijk-en-zet te laat op haar werk.'
Oorspronkelijk is strijk-en-zet een zinnetje, waarin strijk en zet gebiedende wijzen zijn: 'Strijk en zet!' Volgens Van Dale (2008) is strijk-en-zet waarschijnlijk ontleend aan het dobbelspel: het had betrekking op de situatie dat een speler na het opstrijken van de winst direct opnieuw geld inzette. F.A. Stoett formuleert het zo: "strijk de ingezette som op en zet opnieuw in". Opstrijken betekende letterlijk 'met de hand naar zich toe strijken'; later kreeg het de figuurlijke betekenis 'ontvangen, incasseren'.
Er zijn twee alternatieve verklaringen van de herkomst van strijk-en-zet, maar die zijn volgens de spreekwoordenboeken minder waarschijnlijk. De eerste is dat strijk en zet oorspronkelijk een zeilterm is: het zou dan betrekking hebben op het strijken van het zeil vóór en het opzetten ervan na de doorvaart door een brug of sluis. De andere is gebaseerd op het feit dat strijk en zet voorkwam in twee liedjes die op de bouwplaats te horen waren; het gaat in deze liederen over heien ("Daar staat-ie goed, / Waar-ie wezen moet. / Hoog in je bed, / Strijk en zet!"). Strijken zou dan oorspronkelijk 'laten zakken' betekenen en zetten 'laten rusten'. Letterlijk betekende strijk en zet dan 'laat het heiblok rusten op de kop van de paal'. Voor beide verklaringen geldt het bezwaar dat niet goed te verklaren is hoe strijk-en-zet de betekenis 'telkens weer' heeft kunnen krijgen.




