Wederkerend voornaamwoord / wederkerig voornaamwoord
Zich is een wederkerend voornaamwoord.
Het wederkerend voornaamwoord verwijst bijna altijd terug naar het onderwerp van de zin. Welke vorm juist is, hangt dan ook af van het onderwerp van de zin.
| enkelvoud | meervoud | |
| eerste persoon | me(zelf), mij(zelf) | ons(zelf) |
| tweede persoon | je(zelf), u(zelf), zich(zelf) | je(zelf), u(zelf), zich(zelf) |
| derde persoon | zich(zelf) | zich(zelf) |
De vormen met zelf krijgen meer nadruk dan die zonder; zie ook de Algemene Nederlandse Spraakkunst.
Bij u kan zowel u(zelf) als zich(zelf) gebruikt worden: 'U kunt u/zich bij de balie aanmelden.' Het gebruik van zich heeft vooral de voorkeur als er anders twee keer u achter elkaar zou komen. Dus in plaats van: 'Meldt u u bij de balie' gebruiken we liever: 'Meldt u zich bij de balie.' Zie hiervoor ook het advies over 'U vergist u/zich'.
Enkele voorbeelden (de wederkerende voornaamwoorden zijn gecursiveerd):
- De kapper scheert zich(zelf).
- Bij het schillen van de aardappels heb ik me(zelf) gesneden.
- Jan vroeg Karel of die zichzelf herkende op de politiefoto's.
- Wij vragen ons al jaren af wanneer de Olympische Spelen eens in Nederland gehouden worden.
De wederkerige voornaamwoorden zijn elkaar en de varianten elkander en mekaar. Deze woorden drukken uit dat twee personen een wederzijdse handeling verrichten: 'Jan en Piet groeten elkaar.'
Verwante adviezen
- Meld u aan / meldt u aan
- U hebt zich / u vergist
- Wederkerend werkwoord
- Woordsoorten (taalkundig ontleden)




