Weifelen / twijfelen
Er bestaat in sommige contexten een subtiel verschil tussen deze werkwoorden. Ze drukken allebei uit dat iemand besluiteloos is, maar twijfelen heeft daarbij vooral de betekenis 'in onzekerheid verkeren over iets, niet weten wat te doen of welk alternatief te kiezen'. Bijvoorbeeld in: 'Ik twijfel tussen de Nokia en de Ericsson', 'Ik twijfel over de juiste schrijfwijze van przewalskipaard' en 'Ik twijfel echt niet aan je goede bedoelingen.' Twijfelen kan worden verbonden met de voorzetsels aan, tussen en over.
Weifelen betekent meer 'aarzelen', 'dubben of je iets wel of niet zult doen' (met de bijgedachte: 'je ongerust maken over/rekening houdend met de gevolgen'). Weifelen past dus iets beter in zinnen als 'De dicteefreak weifelde even, maar schreef zich toch in voor de voorronde van het dictee' en 'Hij weifelde bijna een halve minuut voor hij antwoord gaf, maar deed ten slotte toch z'n mond open.' Weifelen kan ook worden verbonden met voorzetsels: met over en tussen. Bijvoorbeeld: 'Ik weifel nog over de aanschaf van een iPod' en 'Ik weifel tussen ontslag nemen en mijn grieven op tafel leggen.'
In de praktijk passen weifelen en twijfelen meestal allebei in de zin, zeker als het voorzetsel over gebruikt wordt. Voor sommigen drukt ook weifelen over meer de aarzeling uit bij de afweging 'wel of niet doen?' (Wel een iPod kopen of niet? Wel mijn grieven op tafel leggen of niet?). Twijfelen over zou meer uitdrukken dat de verschillende mogelijkheden en voor- en nadelen kritisch beschouwd worden (Welk alternatief is het best voor mij?). Het verschil is echter minimaal, en in de praktijk komt het allemaal op hetzelfde neer. In de meeste contexten zijn weifelen en twijfelen allebei mogelijk.
Weifelen is verwant aan het werkwoord wuiven; het betekent zoiets als 'heen en weer bewegen tussen twee (of meer) mogelijkheden', dus 'niet kunnen kiezen, aarzelen'. Twijfelen is via het zelfstandig naamwoord twijfel afgeleid van het telwoord twee, en duidt oorspronkelijk op een soort innerlijke tweestrijd.




