Werkwoordsvormen
Voltooid deelwoord, infinitief en conjunctief zijn allemaal vormen van het werkwoord. Ze worden op verschillende manieren gebruikt. Dit advies biedt een beknopt overzicht van de werkwoordsvormen. Meer informatie is in specifiekere adviezen te vinden; zie daarvoor de links.
Infinitief (onbepaalde wijs)
Infinitief is een ander woord voor het hele werkwoord. Soms wordt deze vorm ook wel de onbepaalde wijs genoemd. Voorbeelden van infinitieven zijn: gaan, lopen, benoemen, updaten.
Stam
Van de infinitief worden andere werkwoordsvormen afgeleid, vaak door eerst de stam van het werkwoord te bepalen. Kort gezegd is dat het hele werkwoord zonder de uitgang -en. De stam van werken is werk, de stam van reizen is reiz en de stam van gaan is ga.
Voltooid deelwoord (participium)
Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die gebruikt wordt in combinatie met een hulpwerkwoord en die aangeeft dat een handeling voltooid is. Voorbeelden van voltooide deelwoorden zijn gewerkt, gelopen, onthouden, verkocht en beloofd. Het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord vormen samen het gezegde van de zin. Het voltooid deelwoord kan zowel in actieve als in passieve zinnen gebruikt worden: 'Wij hebben een heel eind gefietst', 'De deur wordt geverfd', 'Het huis is verkocht.'
Het voltooid deelwoord kan op verschillende manieren gevormd worden. Vaak wordt het voorvoegsel ge- voor de stam van het werkwoord geplaatst en komt er een d of t achter. Soms komt de uitgang -en achter de stam. Het voltooid deelwoord wordt zonder ge- gevormd bij onscheidbaar samengestelde werkwoorden waarbij de klemtoon op het tweede deel valt (doorlópen, weerleggen, misbruiken) en bij veel werkwoorden die beginnen met be-, er-, ge-, her-, ont- of ver-: bewonen, erkennen, gebeuren, herinneren, ontdekken, verdelen, enz. Meer informatie over het vormen van het voltooid deelwoord staat in de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS).
Tegenwoordig deelwoord (participium presens)
Behalve het voltooid deelwoord bestaat er ook een tegenwoordig deelwoord, soms ook wel onvoltooid deelwoord genoemd. Dit wordt gevormd door een d achter het hele werkwoord te plaatsen; het geeft aan dat een handeling bezig is: lopend, lachend, staand. Het tegenwoordig deelwoord wordt meestal gebruikt als bijvoeglijke bepaling of als bepaling van gesteldheid: 'De lachende jongen fietste bijna tegen een paaltje op' (bijvoeglijke bepaling), 'De jongen fietste lachend bijna tegen een paaltje op' (bepaling van gesteldheid).
Aantonende wijs (indicatief)
De indicatief of aantonende wijs is een van de vier 'wijzen' die Nederlandse werkwoorden kunnen aannemen. De andere zijn de infinitief (of onbepaalde wijs), de aanvoegende en de gebiedende wijs. De bekende werkwoordstijden als onvoltooid tegenwoordige tijd, voltooid verleden tijd, enz. vallen onder de aantonende wijs. Het is dus de overkoepelende term om alle werkwoordstijden mee aan te duiden. Een overzicht van de werkwoordstijden staat elders op deze website.
Aanvoegende wijs (conjunctief)
De conjunctief, of aanvoegende wijs, is bijna uit het Nederlands verdwenen. De vorm, die een wens uitdrukt, komt eigenlijk alleen nog voor in vaste verbindingen als Leve de Koningin! en Men neme twee eieren. In het meervoud komt er eigenlijk een n achter de conjunctief, maar die blijft tegenwoordig vaak achterwege. Zie ook het advies over 'Leve(n) de kinderen!'
Gebiedende wijs (imperatief)
De imperatief of gebiedende wijs wordt gebruikt om bevelen, aansporingen of verzoeken uit te drukken: 'Kom binnen', 'Ga zitten'. De gewone gebiedende wijs is gelijk aan de eerste persoon enkelvoud van het werkwoord. De enige uitzondering hierop is de gebiedende wijs van het werkwoord zijn, die wees is: 'Wees maar niet bang'. Bij werkwoorden als houden en rijden kan de d wegvallen: 'Hou(d) je mond', 'Rij(d) voorzichtig'. Zie ook het advies over 'Ik hou(d) van jou'. Vroeger kon er in het meervoud een t achter de gebiedende wijs komen, maar tegenwoordig niet meer. Zie ook het advies over 'Red(t) de tijger'. Een lastig geval is de kwestie 'Meld u aan via onze website'.
Verwante adviezen
- Begroten: het begrote / begrootte bedrag
- Gebeuren: gebeurt / gebeurd
- ‘t Kofschip
- Leve / leven de kinderen!
- Ontleden
- Red / redt de tijger
- Woordsoorten (taalkundig ontleden)




