Zich te sappel maken
Wie zich te sappel maakt, maakt zich druk of ziet overal problemen. Ook maak je niet te sappel komt voor; dat betekent 'maak je niet druk, maak je geen zorgen' en ook wel 'zeur niet'.
Volgens het Idioomwoordenboek (1999) luidde de zegswijze vroeger zich de sappel maken; te is dus een ingesleten fout. Sappel betekent 'het zich druk maken, zwoegen' en is afgeleid van het werkwoord sappelen. Sappelen gaat terug op het Duitse zappeln, dat onder meer 'spartelen, rusteloos bezig zijn' betekent.
Ook F.A. Stoett vermeldt in zijn Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden de zegswijze zich de sappel maken. Hij noemt het een "Joodsche uitdrukking". Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft sappelen ook ("moeizaam werken, ploeteren, zich afjakkeren. Oorspronkelijk en nog in hoofdzaak een Joodsch woord") en zich den sappel maken: "zich druk maken, zich dik maken, zich afjakkeren".




