hulpwerkwoord
- Aangevangen hebben / zijn
- Hij fietst te zingen
- Gestalte geven: de plannen wordt / worden gestalte gegeven
- Had geweest / was geweest
- Gezegde
- Gunnen: worden / wordt uw ogen rust gegund
- Gehandhaafd blijven / gehandhaafd worden
- Hulpwerkwoord
- Nodig zijn / nodig hebben
- Iets ruiken stinken
- Uit de school klappen
- U hebt / u heeft
- Vergeten zijn / vergeten hebben
- Verleden tijd: ik fietste / heb gefietst
- Verloren hebben / verloren zijn
- werkwoordsvolgorde: is verwend / verwend is
- Wilden / wouden / wouen / wouwen
- Er gaat veel gebouwd (worden)
- Daaronder wordt / worden alle brieven verstaan




