InZicht - januari 2010

Raymond Noë


Streektaalbeleid

Het 'Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden' regelt de bescherming en bevordering van taalvariatie. Het doel is tweeledig: het waarborgen van de eigen identiteit van minderheidsgroeperingen en het conserveren van cultureel erfgoed. In Nederland zijn het Fries, het Nedersaksisch en het Limburgs erkend als handvest-streektaal, het Zeeuws werd die status geweigerd. België heeft het handvest niet geratificeerd en heeft dus ook geen enkele streektaal erkend: de taalpolitieke situatie is daar dermate ingewikkeld dat men ervoor past om streektalen ook nog eens een beschermde status te geven.
De manier waarop in het Nederlandse taalgebied gebruik is gemaakt van het handvest is dus op zijn minst onevenwichtig te noemen. Dit concludeert ook de Vlaamse taalkundige Rob Belemans in zijn boek Taal of tongval?, de verkorte - maar toch nog lijvige - handelseditie van zijn proefschrift. Hij onderzoekt hierin tot in detail hoe in Nederland en België sinds 1992, toen het handvest werd vastgesteld, op beleidsniveau met taalvariatie is omgegaan. Hierbij besteedt hij vooral ook aandacht aan de bestuurlijke omgang met het Limburgs, dat dus wél in Nederland maar niet in België erkend is.
Belemans' conclusie is dat er misschien een ander beleid moet komen, een beleid waarbij niet de politieke kant van de zaak de nadruk krijgt, maar de culturele - zodat de door globalisering en schaalvergroting bedreigde taalvariatie "als een vorm van immaterieel cultureel erfgoed gekoesterd en ondersteund wordt". Op die manier zou de bevordering van dialect en streektaal uit de politieke hoek getrokken kunnen worden en effectiever kunnen plaatsvinden.


Waterstaatstermen

In 1989 begon de Vereniging voor Waterstaatsgeschiedenis met het boekstaven van de vaktaal die te maken heeft met inpolderen, baggeren, dijkaanleg en dergelijke, het zogenoemde 'Polderlands' (niet te verwarren met het Poldernederlands, de 'blaif bai mai'-uitspraakvariant van het Nederlands). Die inventarisatie heeft nu geresulteerd in de publicatie Polderlands, een glossarium dat de betekenis geeft van 5500 waterstaatstermen - een voor de leek mysterieus klinkend jargon met tot de verbeelding sprekende woorden als agger, barm, ceen, dromerdijk, wup, ynregeltje en zwiep.


EWN

Eind november vorig jaar werd het laatste deel (S-Z) van het vierdelige Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) gepresenteerd. De vier delen samen beschrijven de etymologie van 14.500 min of meer gangbare woorden. Het EWN geeft niet alleen de oudste dateringen van een woord, maar vermeldt ook de betekenisveranderingen die het heeft doorgemaakt, en de culturele, historische en taalkundige ontwikkelingen die daarop van invloed zijn geweest. De dateringen zijn voorzien van bronaanduidingen. Lezers van Onze Taal kunnen dit deel of de hele set van vier boeken met korting bestellen; zie de boekenaanbiedingen op pagina 28 van het janaurinummer.


Sjaarloos

Charlois is een wijk van Rotterdam waar vele talen gesproken worden, maar tot 1895 was het een agrarisch dorp op het eiland IJsselmonde met een eigen dialect. Dialectonderzoeker Stephan de Vos ging op zoek naar de laatste overblijfselen daarvan, en vond die bij een handjevol mensen die het 'Oudsjaarloos' nog hadden horen spreken door hun ouders en grootouders. Op basis van hun informatie stelde hij het Sjaarloos woordenboek samen. Hierin beschrijft hij de klank- en vormleer van dit dialect, en uiteraard bevat zijn boek ook een lexicon (waarin Rotterdammers veel hun bekende woorden zullen tegenkomen, zoals horlozie en kroot); bijna de helft van dit met veel oude foto's geïlllustreerde boek gaat over de zoektocht naar deze reeds lang verdwenen dorpstaal.


Zwols

De IJsselsteden Kampen en Deventer konden al langer met een eigen dialectwoordenboek pronken, en dus wilden de Zwollenaren niet achterblijven. In 1986 werd eraan begonnen, en in 2009 was het klaar: Op zien Zwols, dat de woordenschat vastlegt van het Zwols zoals dat nu nog bestaat. Het boek geeft vertalingen van ruim negenduizend dialectwoorden, zoals an-ebräntien ('aardappelkorstje aan de bodem van de pan') en angloepen ('aanstaren'). De uitspraak van het Zwols is te beluisteren op de bijgeleverde audio-cd.


Bosch

In 1993 verscheen een eerste Bosch woordenboek, gevolgd door een tweede deel met aanvullingen in 2002. Die twee uitgaven zijn nu samengevoegd tot één definitief woordenboek, dat ruim duizend Bossche woorden (zoals aggorentjes, 'augurken', en boereteene, 'tuinbonen') verklaart en vaak ook van een historische context voorziet. Ook de grammatica van dit stadsdialect komt kort aan bod.


Mijn eerste Van Dales

Een van de 'productlijnen' die woordenboekuitgever Van Dale op de markt brengt, is die van de peuter- en kleuterwoordenboeken. Het zijn woordenboeken die bestaan uit 'plaatjes en praatjes': de woorden worden verklaard in korte verhaaltjes of versjes en verduidelijkt met een tekening.
Onlangs verschenen weer enige nieuwe uitgaven in deze reeks. De eerste is Mijn tweede Van Dale interactief woordenboek, een computerversie van Mijn tweede Van Dale, bedoeld voor kinderen vanaf vier jaar. De tweede is My eerste Afrikaanse Van Dale, een vertaling van de Nederlandse versie, waarmee "woorde word speel-speel aangeleer deur voorlees of saamlees".
Als derde verschenen twee heuse "peutertaalkoffertjes" - een voor thuis en een uitgebreidere voor op school - met daarin alle 'Mijn eerste Van Dale'-producten, plus één of twee taalspelletjes, kleurplaten, etcetera. Zie ook www.vandale.nl.


Christelijke woorden

In het christelijke dagelijkse taalgebruik komen veel woorden voor die zó gewoon zijn dat niemand zich eigenlijk nog realiseert welk verhaal erachter zit. Juist over dat soort woorden, zoals belijden, eredienst, orgel en preken, schreef hoogleraar Engels en Fries Rolf H. Bremmer in de wekelijkse cultuurbijlage van het Nederlands Dagblad. Die stukjes (over iedere letter van het alfabet één) zijn nu gebundeld in Van ambt tot zonde. Bremmer gaat in op de geschiedenis van de woorden, maar ook op de gebruiken die ermee te maken hebben, en voorziet ze aldus van een soms verrassende context.


Belgisch-Nederlands en Nederlands-Nederlands

Nederlanders en Vlamingen spreken dezelfde taal - maar toch ook weer niet. De uitspraak verschilt, de zinsbouw soms ook, en de woordenschat is slechts ten dele dezelfde. Die lexicale variatie wordt in de woordenboeken vrij eenzijdig in beeld gebracht. Ze geven wel aan welke woorden en uitdrukkingen alleen door Vlamingen worden gebruikt (zoals waterkans), maar je kunt er niet in vinden welke woorden alleen door Nederlanders worden gebruikt (zoals aanleunwoning).
Met de nieuwe editie van het Prisma handwoordenboek Nederlands komt daar verandering in. Daarin wordt niet alleen aangegeven welke woorden en uitdrukkingen alleen of vooral in België worden gebruikt (ca. 3500 van de 70.000 opgenomen woorden), maar ook welke alleen of vooral in Nederland worden aangetroffen (ca. 4500). Daarmee is het het eerste woordenboek waarin het Belgisch-Nederlands en het Nederlands-Nederlands gelijkwaardig worden behandeld. Van Dale heeft overigens aangekondigd in zijn woordenboeken dezelfde weg te willen bewandelen.


Gebarentaalwoordenboek

Van oudsher is er veel variatie binnen de Nederlandse gebarentalen, en standaardisatie is onder de sprekers ervan nooit een populair onderwerp geweest. Desondanks besloten de belangenverenigingen voor doven, het dovenonderwijs en de overheid dat er een standaardversie van de Nederlandse Gebarentaal (NGT) moest komen, een taak die in 1999 werd toebedeeld aan het Nederlands Gebarencentrum (NGC). Uiteindelijk resulteerde dat in 2002 in een basislexicon van zo'n vijfduizend woorden.
Drieduizend daarvan zijn nu opgenomen in het Basiswoordenboek Nederlandse Gebarentaal, een coproductie van Van Dale en het NGC. De gebaren worden weergegeven in tekeningetjes, eventueel met een extra beschrijving in woorden, en zijn voorzien van voorbeeldzinnen en grammaticale informatie. Topografische naamgebaren en gebaren voor getallen zijn te vinden in aparte bijlagen. Filmpjes van de opgenomen gebaren zijn te bekijken op de website www.vandalegebaren.nl.


D/t

De d'tjes en de t'tjes in werkwoordsvormen behoren tot de lastigste onderdelen van de spelling. Volgens leerkracht Klaas van der Veen zijn er voor het voortgezet onderwijs geen boeken die deze materie goed behandelen, en daarom besloot hij zijn 36-jarige ervaring te gebruiken om zelf een methode te schrijven, waarin kleurcodes voor de verschillende werkwoordsvormen een belangrijke rol spelen. Het boek heet D of T? Ik zit er niet (meer) mee, en het behandelt de persoonsvorm, het voltooid deelwoord, het onvoltooid deelwoord en het voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord.


En verder