Oproep: de eurobenamingen na tien jaar
05 december 2011
We betalen in januari alweer tien jaar met de euro. Gezien de financiële crisis zal dat niet overal reden zijn om de champagne te ontkurken, maar in Onze Taal willen we er toch even kort bij stilstaan. Want toen we op 1 januari 2002 voor het eerst euro’s uit de muur konden halen, ging er een wereld van 'riksen', 'kwartjes', 'pieken', 'geeltjes' en 'joetjes' verloren. Wat is er inmiddels voor in de plaats gekomen?
Munten:
1, 2, 5, 10, 20, 50 cent
1, 2 euro
Biljetten:
5, 10, 20, 50, 100, 200, 500 euro
Worden termen als stuiver, dubbeltje, geeltje, piek, enz. enz. nog altijd gebruikt? Zijn er nieuwe termen in omloop gekomen, bijvoorbeeld geïnspireerd op de afbeeldingen of de kleuren van de munten en biljetten? Is het meervoud euri voor ‘meer dan één euro’ ingeburgerd, zoals het zich even liet aanzien, of is het tegenwoordig toch gewoon weer: euro’s?
We horen het graag! Reageer hieronder of stuur uw waarnemingen naar saskia.aukema@onzetaal.nl. In verband met onze deadline van het januarinummer zouden we u willen vragen niet te lang te wachten met reageren.
Hartelijk dank!
terug plaats een reactieEr zijn 44 Reacties
-
Patrick Berkvens - geplaatst op 26 maart 2012
Zelf gebruik ik - al dan niet in het openbaar - de termen cent (0,01), twent [= twee cent] (0,02), stuiver (0,05), dubbeltje (0,10), neuro(ootje) [= `n euro(otje); klemtoon op de eerste lettergreep] (1,00), vijfje (5,00), tientje (10,00), en zou ik honderdje (100,00) gebruiken als ik het in mijn vingers kreeg.
-
P. Gillekens - geplaatst op 04 januari 2012
Tot voor kort hadden wij in de bajes voor de euromunten, -biljetten en -bedragen de volgende (min of meer courante) benamingen
0,01 uk/ukkie
0,02 stuk/stukkie
0,05 spie
0,10 ding/dingetje
0,20 flop/floppie
0,50 bips
1,00 omoe
2,00 opoe
5,00 nero
10,00 haan
20,00 pruis
50,00 toet
100,- bolle toet
200,- zalm
500,- snoek
1.000,- snuiter
100.000,- bakkie
1.000.000,- bitter lemonIk zou het leuk vinden als deze woorden gangbaar zouden worden en uit het verdomhoekje zouden geraken.
Zou u mijn naam en e-mailadres niet willen publiceren.
Alvast bedankt.
-
Peter - geplaatst op 31 december 2011
Ik ben het eens met de reactie van Chido (zie hieronder) op het journaalbericht dat wel heel kort door de bocht was. De benamingen dubbeltje en stuiver worden nog gewoon gebruikt. En ik hoor ook nog regelmatig uitspraken als “dat kost tien piek”.
Wel is het zo dat er nog geen (algemeen) populaire benamingen zijn voor nieuwe munten (20 cent, 2 euro) en biljetten (20 euro, 50 euro). Maar zoiets heeft tijd nodig, benamingen als “geeltje”, “joet” en “rooie rug” zijn ook niet binnen een paar jaar ontstaan. -
Paulus - geplaatst op 31 december 2011
Historisch gezien kwam het eerste voorstel uit Frankrijk: de Ecu.
Knap gezien, want dit was de afkorting van “European currency unit”, maar meteen ook de benaming (écu) van de munt die 500 jaar lang de naam van de franse munt was.
Veel liever zou ik een vorige muntbenaming van onze grote broer Duitsland adopteren, de Thaler is veel internationaler, vermits hij in Nederland de Daalder importeerde, en in de USA de Dollar. -
Chido - geplaatst op 31 december 2011
Nu hoor ik net op het radiojournaal een bericht van Onze Taal dat ‘we’ niet houden van de Euro, want er zijn na tien jaar bijna geen bijnamen.
En hoe lang hebben de gulden-eenheden er over gedaan om een breed ingeburgerde bijnaam te krijgen? Beetje historisch besef kan geen kwaad. Bedenk wel dat munt- en papiergeld steeds minder in het dagelijks verkeer rond gaat. Je betaalt met pin of via een abonnement. Dat gaat niet in eenheden, maar in precieze bedragen. Het is dus logischer dat de Euro op zich bijnamen krijgt (zoals Euri e.d.) dan dat er per eenheid een bijnaam ontstaat.
Eerlijk gezegd gebruikte ik al die bijnamen aan het einde van het guldentijdperk ook al niet meer, uitgezonderd ‘piek’. Die gebruikt ik nu nog, net als ‘ballen’. Om maar even in de kerstsfeer te blijven.
Al met al een tendentieus bericht van Onze Taal. Als het journaal het tenminste goed heeft overgenomen.
-
Roger - geplaatst op 31 december 2011
In Amsterdam zijn (onder jongeren) naast ‘euri’ de termen ‘ekkies’ of simpelweg ‘e’tjes’ of ‘ee’s’ gangbaar. Wellicht is dit slechts gangbaar onder specifieke groepen jongeren. Ikzelf ben een 25-jarige universitair student en binnen mijn kring(en) vallen de termen met enige regelmaat.
-
Dirk - geplaatst op 31 december 2011
Waarom een bijnaam voor dit rudimentair politiek product, we kunnen toch simpelweg stellen dat, althans op papier, deze munt een brug te ver is ..
-
Adriaan - geplaatst op 20 december 2011
En bij de biljetten hetzelfde: Vijfje, tientje, twintigje, vijftigje, honderdje…
Of een briefje-van-vijf tot briefje-van-honderd.200 en 500 blijft echt: een 200-eurobiljet of een 500-eurobiljet.
-
Adriaan - geplaatst op 20 december 2011
Ik zie een bepaalde gradatie:
Mijn opa en oma (ouder dan 70) > Vijfentwintig cent blijft altijd een kwartje, plus alle andere gulden-benamingen.
Mijn ouders (40 jaar) > Dubbeltjes, stuivers. Meer niet. En puur voor de lol bijv. soms ‘rijksdaalder’ bij 2,50. “Ja, dat was van voor jullie tijd…”
Wij als kinderen (20 jaar en jonger) > een-cent(je), twee-cent(je), vijf-cent(je), tien-cent(je), twintig-cent(je) en vijftig-cent(je), één-euro en twéé-euro.Wanneer wij ‘euri’ gebruiken dan is dan meestal in de trant van ‘dat kostte me dan weer 20 euri, terwijl…’ Niet als serieus meervoud.
-
Loes - geplaatst op 13 december 2011
Evenals Johanne hieronder vind ik ‘stuiver’ en ‘dubbeltje’ nog heel goed bruikbaar, ik gebruik de termen zelfs nog heel vaak, vaak onbewust. Tot grote hilariteit van de 13 en 14 jarige pubers op de school waar ik werk, die dan meteen vragen waar ik het over heb. ‘Kwartje’ daarentegen is er bij mij helemaal uit, mede doordat we geen muntje van 25 c. meer hebben.
Met Nils ben ik het eens over het meervoud ‘euri’, het was een poosje een leuke woordspeling, maar het is m.i. nooit echt ingeburgerd geraakt. -
Sophie - geplaatst op 13 december 2011
‘ekkies’ of ‘pop’ hoor ik veel (mensen rond de 25). stuiver en dubbeltje is bij mij ook meeverhuisd, verder geen enkel bijzonder woord voor munten of briefgeld nog!
-
Joanne de Gelder - geplaatst op 10 december 2011
Bij de bakker probeer ik zo gepast mogelijk te betalen. Ik zeg tegen de verkoopster: ‘Ik geloof dat ik nog een dubbeltje heb, even zoeken. Mijn dochter van 11 reageert even later: ‘Mam, dat is toch geen dubbeltje?!’ Ik leg haar uit wat vroeger dubbeltjes en stuivers waren. Juist die twee muntsoorten zijn ook na de invoering van de euro nog zo bruikbaar. Tenminste, dat vind ik…
-
Nils - geplaatst op 06 december 2011
Onder studenten wordt ‘euro’s’ nog wel eens veranderd in ‘éés’ of ‘éé’ (één éé, maar ik heb als meervoud zowel ‘twaalf éé’ als ‘twaalf éés’ gehoord). Ook redelijk populair is de meervoudsvorm ‘ekken’. (Maar één ‘ek’ bestaat niet. Een ‘ekje’ dan weer wel.)
‘Euri’ is inmiddels al een tijdje op zijn retour.
-
Matt Linssen - geplaatst op 06 december 2011
Vorige week stond een artikel hierover in de nrc.next met daarin de winnende namen van een door de overheid in 2001 georganiseerde wedstrijd voor eurobijnamen. Wat ik uit mijn hoofd nog weet:
1 cent - fluitje
10 cent - duppie
20 cent - dubbelduppie
1 euro - gouden ring
2 euro - daalder
100 euro - Hulk
200 euro - dubbeldekker
500 euro - eurotopDe rest van de namen zijn ongetwijfeld via NRC te verkrijgen.
-
Rosalind Hengeveld - geplaatst op 06 december 2011
De term ‘kwintje’ (die ik niet zelf bedacht heb) gebruik ik wel degelijk en regelmatig. Een munt van twee euro noem ik een ‘twarro’ (deels naar het ten tijde van de invoering van de euro populaire muziekduo Twarres). Munten van vijf en tien eurocent noem ik nog ouderwets ‘stuiver’ en ‘dubbeltje’. De munt van twee eurocent noem ik een ‘duit’, maar die munt zie je niet veel meer, hoewel hij nog wel betaalmiddel is. Voor de munt van vijftig eurocent gebruik ik geen bijzondere benaming en weet ik geen gangbare.
-
jan w. van der wis - geplaatst op 06 december 2011
Kort na de invoering van de euro, lanceerde iemand het idee om een euromunt van twintig cent een kwintje te noemen. Het is immers het vijfde deel van een euro. Ter vergelijking, een kwartje was het vierde deel van een gulden. De term kwintje heeft nimmer ingang gevonden. Een euromunt van tien cent is gewoon een dubbeltje blijven heten. Voor een euromunt van twee euro is er bij mijn weten nooit een naam gelanceerd.
-
Huub - geplaatst op 06 december 2011
Contant betalen doe ik zelden nog. ‘Stuiver’ en ‘dubbeltje’ heb ik aan de kassa niet getransponeerd naar de Euro en noem ik gewoon vijf of tien cent (scheelt ook weer een lettergreep!). Voor de 20 cent had ik ooit ‘minikwartje’ bedacht, maar dat werd niet goed begrepen.
Kwint is behalve een muziekterm zowel 20 cent als 20 en 200 euro.
Benamingen als ‘Geeltje’, ‘piek’, ‘joet’, ‘rooie rug’, ‘vuurtoren’ etc. heb ik nooit gebruikt. Het bargoens is vvt. Wat moet de penoze met al die bruggen?
Rooie, gele, groene, paarse brug etc.?
Wanneer zou een meervoud van euro gebruikt moeten worden? Tot 10 jaar geleden heeft toch ook niemand iets gezegd als: Dat heeft me wel eventjes honderd guldens gekost. (Maar wel: dat heeft me honderden guldens gekost).
Euri is ’ Ma Floddertaal’. -
Christiaan W. Lustig - geplaatst op 06 december 2011
Ik noem het 2-eurostuk nog wel eens een tweuro.
-
Rene - geplaatst op 06 december 2011
Alle genoemde voorbeelden uiteraard ook. Daarnaast nog: snip of meier (100) (vuur)toren 250 (ook wel honderd knaken). Riks (2,50) daalder (1,50). Dus eigenlijk nog steeds de oude benamingen…...realiseer ik me zojuist!

-
Coen - geplaatst op 06 december 2011
Een 20 eurocent munt: een quintje.
-
Hanna - geplaatst op 05 december 2011
10 euro = tien ekkies (jongeren)
10 euro = tien éé (studenten)
10 euro = tientje
5 euro = vijfje -
Marja - geplaatst op 05 december 2011
Iemand vroeg me of ik 1 euro kon wisselen in 2 karren.
Dus een 0.50 stuk is een kar. Bedoeld wordt natuurlijk een karrenmunt. -
Hans - geplaatst op 05 december 2011
Stuiver, dubbeltje en kwartje gebruik ik nog regelmatig, want die namen verwijzen immers naar ‘aantallen centen’. Of dat nou honderste guldens of euro’s zijn, maakt (anders dan in de portemonnee) in het spraakgebruik niet zoveel uit! De uitdrukking ‘kwint’ voor een 20-centstuk heb ik nog nooit gehoord.
-
Wicher - geplaatst op 05 december 2011
Wilgentwijg! Ik dacht dat ik de term kwint had bedacht. Gelukkig ben ik dus niet de enige, en jij ook niet; er zijn er op z’n minst al twee van ons.
Bij dezen dus een oproep aan iedereen: noem het 20-centstuk in vervolg een kwint. Want dat is wat het is, 1/5 deel van een euro.
-
Jan Vos - geplaatst op 05 december 2011
Een halve euro wordt nog vaak twee kwartjes genoemd. Verder zijn de stuiver en het dubbeltje nooit ver weggeweest. Althans, dat is mijn indruk.
-
Jantje - geplaatst op 05 december 2011
Ik gebruik vaak de term ‘eur’ om de munt af te korten. Vergelijkbaar met bv ‘piek’ in het gulden-tijdperk.
-
Rinus - geplaatst op 05 december 2011
Paulie, nu we toch op de site van Onze Taal zitten: het mond-op-mond is alleen van toepassing bij de EHBO. De juiste uitdrukking is mond-tot-mondreclame.
-
Nils - geplaatst op 05 december 2011
Ja - net als Wouter hoor ik het woord ‘Pleuro’ als (stoere) term voor 1 euro. Euri is niet echt ingeburgerd, maar hoor ik wel vaak als niet-standaard, ook ‘stoerdere’ versie.
Teuero heb ik nog nooit van gehoord, maar misschien dat dat dan in de grensstreek met Duitsland (waar ik niet woon/werk) wordt gebruikt?
De vraag hoe hij stráks heet kunnen we ook al vast over nadenken trouwens. Ik las ergens dat de euro zonder de zuidelijke landen de neuro zou mogen gaan heten (noorderlijke euro). Mooie vondst, al word ik er een beetje zenuwachtig van.
-
Robert Declerck - geplaatst op 05 december 2011
Bij ons (in Vlaanderen) hoor ik geen specifieke benamingen voor de euromunten of eurobiljetten, maar veel (oudere) mensen rekenen (vaak uit het hoofd) de eurobedragen onmiddellijk om in de oude Belgische munt, nl. frank. Jeudige personen doen dat niet, want die kennen ‘de frank’ niet!
-
Peter - geplaatst op 05 december 2011
De naam cent gebruik in Nederland nooit, omdat die munt hier niet gangbaar is. Als we in het buitenland zijn gebruik ik die naam wel Verder stuiver, duppie een enkele keer piek (voor €1,—) maar die ander namen nooit. Ik hoor ze ook nooit.
-
tinus - geplaatst op 05 december 2011
Tientje hoor ik nog weleens zeggen doen.
-
Benjamin - geplaatst op 05 december 2011
In België hebben we nooit bijzondere benamingen gehad voor ons geld, en dat geldt nu ook voor de euro. Hoogstens hoor je soms eens “centime” in de plaats van “cent”, net zoals in de tijd van de Belgische frank. Maar niet vaak, en ongetwijfeld vaker in het Frans dan in het Nederlands.
“Hoeveel is dat in echt geld?” kon je in de begintijd van de euro soms horen, als iemand een bedrag naar BEF wilde omrekenen, maar dat is er intussen ook wel uit. -
Heinz - geplaatst op 05 december 2011
Ik gebruik meier en rug nog wel voor 100 respectievelijk 1000 euro. Het kwartje, de riks en het geeltje zijn (althans in mijn taalgebruik) verdwenen omdat de bijhorende munten en briefjes niet meer bestaan. Stuiver, dubbeltje, piek of joet gebruik ik eigenlijk nooit.
-
Wilgetwijg - geplaatst op 05 december 2011
Ik noem tien cent nog steeds een dubbeltje, maar voor twintig cent heb ik de benaming ‘kwintje’ bedacht, als variatie op het kwartje. Ik gebruik die steevast in de hoop dat hij aanslaat.
-
Paulie - geplaatst op 05 december 2011
Een paar jaar geleden heb ik geprobeerd de term ‘kleine stinkerd’ in te voeren voor het euro-briefje van vijf, omdat zo’n koosnaampje veel aangenamer klinkt. ‘Hey, kun je mij een kleine stinkerd lenen?’ Daar kan toch niemand nee tegen zeggen?
Echter, na een korte, tamelijk intensieve periode van mond-op-mond-reclame is mijn charme-offensief mislukt en de benaming jammer genoeg nooit een succes geworden. -
Rinus - geplaatst op 05 december 2011
Vanwege de kleur van het briefje van € 5,00 vind ik een naam als doffer wel leuk. En ik hoop dat iedereen snel ophoudt met EUROcent. We hadden het toch ook niet over guldencenten, markencenten etc. Gewoon cent dus.
-
JvH - geplaatst op 05 december 2011
Ikzelf gebruik hoogstens de oude termen cent (ipv eurocent), stuiver, dubbeltje, vijfje en tientje voor resp. €0,01, €0,05, €0,10, €5,- en €10,-. Verder niet, en afgezien van deze termen hoor ik ook van anderen weinig creatiefs.
De term euri hoor ik nogal eens voorbij komen, maar nooit in serieuze context.
Ik zelf heb het over bijv. 2 euro. Met 2 euro’s zou ik 2 euromunten bedoelen. -
Wouter - geplaatst op 05 december 2011
De in het Duits veel gebruikte Teuero hoor ik nog wel eens voorbij komen. Verder de pleuro en de eipo (van de Griekse letters op de bankbiljetten).
-
Mirjam - geplaatst op 05 december 2011
Regelmatig hoor ik ‘eurocent’ en ‘euri’ Dat laaste wordt vooral een beetje stoerdoenerig gebruikt. Zelf zeg ik gewoon cent. En dubbeltje en tientje.
Mooie vondsten, @M@R!N, halfje en kwintje! Ga ik ook gebruiken. In 2012 ‘kwintje’ woord van het jaar? -
Martijn - geplaatst op 05 december 2011
Heel simpel: ik ben alle oude namen gewoon blijven gebruiken, dus ‘piek’, ‘dubbeltje’, ‘meier’ enzovoort. Ik gebruik zelfs nog ‘kwartje’ voor 0,25 euro, hoewel dat dus niet meer naar één muntstuk verwijst, maar naar minstens twee. Iets soortgelijks geldt voor voor ‘knaak’ en ‘geeltje’.
-
Vincent - geplaatst op 05 december 2011
Ik heb ook niet echt nieuwe benamingen gehoord.
Wel zeg ik altijd ‘rood geld’ als ik het over de 1, 2 en 5 cent muntstukken heb.
En de meervoudsvorm ‘euri’ kom ik nog veel tegen. -
M@R!N - geplaatst op 05 december 2011
50 cent noem ik een halfje; 20 cent een kwintje…
-
Desiree - geplaatst op 05 december 2011
Ik zeg zelf nog wel dubbeltje en kwartje, maar verder niet. Ik heb ook geen nieuwe termen gehoord. Misschien duurt dat wat langer dan tien jaar?
-
Guido - geplaatst op 05 december 2011
Een piek hoor ik regelmatig terugkeren (€1en niet (misschien logischerwijs) €0,50).
Een stuiver en een dubbeltje zijn er ook nog steeds (€0,05 en €0,10).
Verder hoor ik weinig nieuwe termen..




