Het ene na het andere autobedrijf valt ten prooi aan de recessie, maar de AutoRAI houdt zich groot. Nog tot en met zaterdag zijn in Amsterdam in zes zogeheten "belevingswerelden" de nieuwste auto's en de laatste snufjes te zien. Maar wat is er te hóren? Te horen is de taal van de autobranche.

Kees van der Zwan | 7 april 2009

In die taal spreekt men van 'instapmodellen', van 'cross-overs' en van 'hybrides'. Maar ook van 'carkits', 'regensensoren', 'multifunctionele boordmonitoren', 'parkeerhulpen' en wat er verder nog tot het 'uitrustingsniveau' van een auto kan behoren.

Naast al dit jargon is er nog een andere autotaal: taal die vooral bedoeld is om een gevoel op te wekken. Een gevoel van snelheid bijvoorbeeld: het interieur van een auto heet dan 'de cockpit' en de bestuurder 'de piloot'. Of een gevoel van chique weelde. Een reeks auto's van een merk wordt een 'modellengamma' genoemd, en die modellen worden van tijd tot tijd 'gefacelift'.

Het oorspronkelijke terreinhart

Auto's worden überhaupt vaak voorgesteld als personen. Een autotijdschrift omschreef de Volvo S50 T5 als een "stille Zweed", die "zijn schouders ophaalt" voor een stevige kuil in de weg. En in de Suzuki Vitara "bleef het oorspronkelijke terreinhart kloppen", al heeft de ontwerper besloten deze SUV toch ook wat te "civiliseren".

Een auto noem je ook geen 'ding'. Dat is een van de eerste lessen die toekomstige autoverkopers leren - althans toekomstige verkopers uit het wat chiquere segment: dat van de nieuwe auto's en de occasions met garantie. Voor deze showroomverkopers zijn ook verkleinwoorden als Golfje taboe, en plastic mag evenmin – dat moet kunststof zijn. Helemaal uit den boze is het woord handel.

Goed ingereden

Handel doet te veel denken aan de tweedehandsautohandel – inderdaad een heel andere belevingswereld. Daar wordt een auto aangeprezen als "dolfijngrijze bochtenridder", die "rijdt als een zonnetje" en "goed ingereden is" – een uitdrukking die verdoezelt dat er een fors aantal kilometers op de teller staat.

Een tweedehands auto kopen is een kwestie van vertrouwen, en dat wordt weleens beschaamd, waardoor de tweedehandsautohandel met een wat louche imago kampt. Verkopers halen dus alles uit de kast om maar betrouwbaar over te komen: hun auto's verkeren 'in perfecte staat', zijn 'van de eerste eigenaar' – en soms zelfs 'van een oud dametje'.

Gladiaalbanden

Weer andere taal wordt er gesproken als er even geen klanten bij zijn. Dan hoor je termen als knikkerbak ('oude dieselauto'), kookstel ('lpg-installatie') en beul ('auto met een heel zware motor') – of meligheden als gladiaalbanden ('gladde banden') en arko ('auto zonder airco: alle ramen kunnen open').

Al die vrolijkheid zal de autohandel de komende tijd hard nodig hebben, want de recessie begint haar sporen na te laten. 'Leaserijders' zijn gedwongen om te 'downsizen': hun werkgever wil ze in een kleinere auto laten rijden. En de deftige dealers beperken zich noodgedwongen tot de 'aftersales': de klant moet vaker naar 'de werkplaats', omdat hij langer 'doorrijdt'.

Voor nieuwe auto's kopen is het nu dus kennelijk even niet de tijd. Maar kijken op de AutoRAI is ook leuk. En luisteren misschien nóg wel leuker.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal