"Loden volzinnen vol vaagheid." Zo omschreef taalkundige Peter Burger de Troonrede in 1998. Hij miste memorabele metaforen, elegante wendingen en gedenkwaardige formuleringen. "Waarom glanst het belangrijkste proza van het jaar niet even feestelijk als de Gouden Koets?", vroeg hij zich af. En hij was niet de enige. Is er sinds die tijd iets verbeterd? En is de Troonrede misschien ook begrijpelijker geworden?

Kees van der Zwan | 16 september 2008

Dat de Troonrede zo'n weinig opwindende stijl heeft, is niet vreemd. De tekst hangt nu eenmaal aan elkaar van de compromissen: tussen regeringspartijen die met moeite tot een vorm van samenwerking zijn gekomen, en tussen de verschillende ministers, die ook elk zo hun eigen belangen hebben. En daarbij bevat de Troonrede vaak slecht nieuws. Duidelijk, rechtstreeks en beeldend taalgebruik is de natuurlijke vijand van al dat soort gevoeligheden - vandaar dat die zorgvuldig worden toegedekt onder een deken van vaagheid, omzichtigheid en dorheid.

Soezerig

Dat toedekken gebeurt allereerst met eufemismen. Berucht is ombuigen of de verantwoordelijkheid nemen in plaats van bezuinigen. En ook met de lijdende vorm, die verhult wie precies iets doet - dus bijvoorbeeld 'Er wordt geholpen' in plaats van 'De regering helpt.' Uit een Troonrede ergens in de jaren negentig: "De modernisering van het sociale stelsel wordt voortgezet." Hier staat niets anders dan: 'Het kabinet moet bezuinigen, en dus u ook.'

Maar het ergst zijn de clichés. "We ervaren hoezeer de wereld in beweging is. Veranderingen lijken zich steeds sneller te voltrekken" (2005). "De internationale en nationale ontwikkelingen van het afgelopen jaar hebben de onzekerheden in ons dagelijks bestaan doen toenemen" (2003). 'Het zal allemaal wel', denkt de Troonrede-luisteraar bij al die dooddoeners, en intussen wordt hij almaar soezeriger. Zeker als hij ook nog woorden hoort als crisisbeheersingsoperaties en inburgerings- en integratiebeleid.

Ander geluid

Maar de laatste tijd lijkt het stilaan beter te worden. Nadat de regering eind jaren tachtig het Genootschap Onze Taal in de arm nam om de taalfouten uit de tekst te halen, is er onlangs ook op andere fronten vooruitgang geboekt. Trouw -columnist Jaap de Berg schreef over de Troonrede van 2007: "eenvoudige zinnen, met een gemiddelde lengte van veertien woorden", "minder dan twintig lijdende vormen, waarvan trouwens de helft functioneel was" en "vrijwel geen jargon en andere geheimtaal".

Zijn conclusie: "een Troonrede die geen utopische eisen stelde aan het begripsvermogen van de toehorende tv-kijkers". Dat is wel even een heel ander geluid dan al het boe-geroep van tien jaar geleden. Hoe komt dat zo? Het schijnt iets te maken te hebben met de professionele tekstschrijvers die Balkenende aan de tekst laat werken.

Wereldomroep

Niet iedereen vond deze vooruitgang ver genoeg gaan. In 2006 en 2007 zond de Wereldomroep een versie van de Troonrede in alledaags Nederlands uit, kraakhelder voorgelezen door Harmke Pijpers. Hoe zag die eruit?

Vorig jaar stond er in de echte Troonrede: "Het is verheugend dat in veel gemeenten initiatieven tot ontplooiing komen om die binding tussen mensen te versterken." Bij de Wereldomroep werd dat: "In veel plaatsen worden plannen uitgevoerd die mensen dichter bij elkaar brengen. Dat is mooi."

Daar is inderdaad geen woord Frans bij. Maar toch wringt er iets. Neem nu dat laatste ultrakorte zinnetje "Dat is mooi", en stel je even voor dat Beatrix dat in de Ridderzaal zo uitspreekt. Hoe zou dat klinken? Vast alsof ze haar kleinkinderen aan het voorlezen is in plaats van dat ze plechtig het parlementaire jaar opent.

Of neem de eerste zin van de Troonrede van vorig jaar: "Ons land heeft veel dat hoop geeft en vertrouwen." De Wereldomroep maakte daarvan "Het gaat goed met Nederland." Ook dit is duidelijk genoeg. Maar elegant geformuleerd? Of memorabel? Of net zo glanzend als de Gouden Koets? Nee, dat niet.

Toch is dát niet de reden dat de Wereldomroep dit jaar afziet van een alternatieve Troonrede. De echte reden is dat de Troonrede zó vooruit is gegaan dat een herschrijving niet meer nodig wordt geacht. Er is zogezegd veel dat hoop geeft en vertrouwen. Anders geformuleerd: het gaat goed met de Troonrede.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal