23 september 2008

In het tv-programma 'Het moment van de waarheid' biechten de kandidaten ten overstaan van hun geliefden en de rest van Nederland allerlei geheimpjes op. Ze kunnen er 100.000 euro mee winnen, dus ze doen het vol overgave. Maar al bied je iemand een miljoen, nooit zal hij bij benadering kunnen zeggen waarom hij praat zoals hij praat.

De eerste kandidaat in de eerste aflevering van 'Het moment van de waarheid' was Marja. Aan een leugendetector gekoppeld, onthulde zij allerlei feiten over zichzelf: ja, het was echt haar eigen man met wie ze oud wilde worden. En nee, ze liet hem niet ál haar aankopen zien. Quizmaster Robert ten Brink wist al snel welk vlees hij met haar in de kuip had: "echt een type die het heerlijk vindt om te winkelen".

Taaldetector

Niet alleen de tv-columnist van gisteren keek op van deze "groots opgezette show", maar ook de taalkundige spitste zijn oren: "een type die"? Het is toch 'een type dat'? Het is tenslotte ook 'het type'. En terwijl Marja dankzij de leugendetector begon uit te leggen waarom ze zichzelf mooier vindt dan haar zussen, wenste de taalkundige zichzelf een taaldetector toe. Want hoewel veel mensen hun relatieproblemen en stiekeme fantasieën eindeloos kunnen analyseren, laat iets ogenschijnlijk simpels als de keuze voor een woord zich nog niet zo makkelijk verklaren.

De spoor bijster?

Robert ten Brink deed eigenlijk iets wat je heel veel mensen hoort doen: met 'die', 'hij' of 'hem' verwijzen naar 'het'-woorden. De NS maakte bijvoorbeeld in de Maand van het Spannende Boek reclame met "Spannend boek uit? Ruil 'm gratis om" en op internet staat nogal eens 'het schoolhoofd die'. Het omgekeerde hoor je nog vaker. Veel Nederlanders zeggen van 'de' koffie, chocola en seks dat 'het' lekker of vies is. Is Nederland de spoor bijster of anderszins het kluts kwijt?

Chaos

De Duitse taalwetenschapper Jenny Audring raakte bij het leren van het Nederlands zó gefascineerd door deze chaos dat ze besloot die te onderzoeken. In het oktobernummer van Onze Taal onthult ze waar die schijnbare wanorde vandaan komt: dat komt doordat wij tellen.

Drie seksen

Mensen delen de wereld grofweg in tweeën in: in dingen die je wél en dingen die je níét kunt tellen. 'Types' kun je tellen (één type, twee types, drie types), boeken ook, net als schoolhoofden. Die begrippen komen in ons hoofd allemaal in het hokje 'telbaar'. En alles wat telbaar is, noemen we volgens Audring steeds liever 'hij', 'hem' of 'die' (behalve vrouwen natuurlijk: die zijn gewoon 'zij' en 'haar'). Vandaar 'een schoolhoofd die' en 'Boek uit? Ruil 'm om.'

En 'dingen' als koffie, chocola en seks belanden in het andere hokje met niet-telbare dingen (wie het heeft over 'drie seksen op een avond' zegt niet alleen iets heel onwaarschijnlijks, maar ook iets erg ongrammaticaals). En al die ontelbare dingen worden in ons hoofd 'het' of 'dat': "Ik kan het niet de hele dag drinken", schrijft iemand op internet over Nespresso.

Beetje gek

In de spreektaal of op internet wordt het steeds gewoner om het zo te doen, en daar valt het ook niet zo op. En zelfs in officiëlere teksten is het heel normaal om met 'dat' te verwijzen naar koffie, chocola en seks. Maar in zulke teksten schrijven over 'een boek/schoolhoofd/type die' is echt af te raden. Ook de mensen die het zelf op die manier zeggen, vinden dat vaak een beetje gek als ze er wat langer over nadenken.

Geheime relaties

Hoe dan ook, achter die kennelijke chaos schuilt dus wel degelijk een systeem, alleen is het niet een systeem waarvan we ons bewust zijn. Niemand heeft het zo ooit op school geleerd, en niemand heeft dat ooit zo afgesproken met iemand anders. We doen het automatisch zo. In ons hoofd doet de taal kennelijk zijn werk - ver weg van onze zorgen om geheime relaties, drukte op het werk en de dagelijkse beslommeringen. Het is iets waar wij nauwelijks zicht op hebben. En de leugendetector? Die al helemaal niet.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal