Er zijn de afgelopen decennia steeds meer Engelse woorden in onze taal terechtgekomen. Bovendien wordt de Engelse taal steeds vaker gebruikt in het bedrijfsleven en in het onderwijs. Dit dossier biedt een overzicht van de verschillende vormen van Engelse invloed, en de meningen daarover.


Algemeen


De Nederlandse taal heeft in de afgelopen eeuwen uit allerlei andere talen woorden overgenomen. Uit het Latijn, het Grieks, het Frans en het Duits bijvoorbeeld. Deze overgenomen woorden worden leenwoorden genoemd. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is er sprake van een explosie van het aantal Engelse leenwoorden: met nieuwe producten en gebruiken uit Amerika en Engeland nemen we vaak ook de Engelse benamingen ervoor over. En we ondervinden nog meer invloed van de Engelse taal: in steeds meer situaties wordt het Engels als voertaal gebruikt.

De etymologe Nicoline van der Sijs zegt hierover in haar Leenwoordenboek - De invloed van andere talen op het Nederlands (1996): “Na de Tweede Wereldoorlog werd ‘the American way of life’ met zijn muziek, film, literatuur een voorbeeld voor de rest van de wereld. Engels werd de voertaal van veel internationale organisaties en van de wetenschappelijke en industriële wereld, Engels is in veel landen een verplicht schoolvak, en wordt in nieuwe technieken zoals de computertechniek gebruikt. Kortom, Engels is een wereldtaal met een hoge status.”

Niet iedereen is even gelukkig met deze invloed van het Engels. Sommigen vrezen dat het Nederlands op den duur helemaal zal verdwijnen door de ‘Engelse invasie’. De weerstand tegen andere talen is niet nieuw: hij bestond al in de zestiende eeuw. Zogenoemde taalpuristen verzetten zich toen tegen de invloeden van buitenaf, al ging het hun vooral om talen als het Frans en het Latijn. Met de toegenomen invloed van het Engels is dit verzet nu dus vooral tegen het Engels gericht. Mensen die zich hiertegen verzetten, stellen bijvoorbeeld woordenlijsten op met Nederlandse alternatieven voor de Engelse leenwoorden (zie bijvoorbeeld de toepassing Vindpunt op de website van de Stichting Nederlands). Lang niet alle Engelse woorden die in onze taal terechtkomen, zijn overigens blijvend: veel woorden verdwijnen na verloop van tijd weer. Hier wezen Marinel Gerritsen en Frank Jansen op in een artikel in Onze Taal (februari/maart 2001).

Behalve over Engelse woorden in het Nederlands, wordt er de laatste jaren veel gediscussieerd over het toegenomen gebruik van het Engels als onderwijstaal, met name in het hoger onderwijs. Nederland telt inmiddels 317 Engelstalige bachelors (april 2019), en daar komen de masteropleidingen nog bovenop. De vraag die veel mensen bezighoudt, is: is dat een gevaar voor de Nederlandse taal? Ook speelt verengelsing een rol in de huidige discussie over de afname van het aantal studenten Neerlandistiek en het afschaffen van de studie Nederlands aan de VU.



Engelse woorden in het Nederlands
 

Naast dat er Engelse woorden voor nieuwe begrippen in onze taal terechtkomen en het Engels steeds vaker de voertaal van studies in Nederland is, blijkt ook dat Nederlanders steeds meer geneigd zijn om Engelse woorden te gebruiken in Nederlandse zinnen. Dit gebeurt om verschillende redenen. Eind jaren tachtig zette Jaap Bakker in Onze Taal uiteen welke redenen je zoal kunt hebben om Engelse woorden te gebruiken. Hij noemde er tien.

Mensen gebruiken onder andere Engelse woorden uit imago-overwegingen. Vooral in het populaire taalgebruik van jongeren is dit goed zichtbaar. Enkele voorbeelden zijn awkward, nice en chill. De media doen vaak mee aan deze verengelsing: steeds vaker hebben tv-programma’s Engelse titels. Denk bijvoorbeeld aan Temptation Island, It Takes Two, The Voice of Holland en Holland’s Got Talent.

Ook in tv-reclames worden vaak Engelse termen gebruikt. Dit bleek uit een onderzoek waarover medewerkers van de Nijmeegse universiteit in de zomer van 1998 publiceerden in Onze Taal. Uit een vervolgonderzoek, waarover in Onze Taal van januari 1999 een artikel stond, bleek opmerkelijk genoeg dat deze Engelse termen lang niet altijd begrepen worden.
 

Nuttig of ergerlijk?

Maar wanneer is een Engels woord in het Nederlands nuttig en wanneer ergerlijk? En beginnen Nederlanders het Engels soms niet beu te worden? Taalwetenschapper Alison Edwards probeert deze vraag te beantwoorden in een artikel voor Neerlandistiek op basis van haar onderzoek in 2017 voor de Universiteit Leiden. Hieruit bleek dat veel Nederlanders het Engels ‘moe’ zijn en vinden dat de verengelsing te ver is gegaan. Onze Taal schrijft ook over dit onderzoek op de website en oud-Onze Taal-medewerker Peter Burger schreef in 2000 in het Algemeen Dagblad een column over ‘ergelijk’ Engels.

Op de vraag of het gebruik van Engelse woorden in het Nederlands ergelijk is, reageert de Taalunie in een bericht dat het op zich geen probleem is dat Engelse woorden worden overgenomen, maar dat zij wel van mening is dat het Nederlands een imagoprobleem lijkt te hebben. De Taalunie noemt het ‘weinig zinvol’ om woorden en uitdrukkingen uit een andere taal te gebruiken als er volwaardige Nederlandse alternatieven voor bestaan. Lucas Seuren, onderzoeker aan de universiteit van Oxford, geeft eenzelfde argument in een artikel voor Neerlandistiek: “het Nederlands heeft al genoeg woorden”.
 



Engels in de Nederlandse maatschappij
 

Nederlanders spreken goed Engels

Nederlanders spreken zeer goed Engels; dat blijkt jaar na jaar. Uit onderzoek van Education First in 2017 blijkt dat Nederlanders voor het tweede jaar op rij beter zijn in Engelse lees- en luistervaardigheden dan anderen voor wie het Engels niet de moedertaal is, gevolgd door Zweden en Denen. In 2014 en 2015 behaalde Nederland de tweede plek. Onze Taal schreef erover in 2015, 2016 en 2017. Volgens onderzoekers is de goede Engelse taalvaardigheid van de Nederlanders te danken aan het hoge niveau van de docenten en de positieve invloed van Engelstalige series en films.
 

Verengelste maatschappij

Het Engels wint steeds meer terrein in de Nederlandse maatschappij: in het onderwijs, in de media, op het internet en zelfs in het straatbeeld. Omdat bedrijven zich steeds vaker op een internationale markt richten, neemt ook in het bedrijfsleven de communicatie in en het gebruik van de Engelse taal toe. In 2005 besteedde Taalschrift er aandacht aan met een reportage op basis van een kleine steekproef. In het onderzoeksrapport ‘Staat van het Nederlands’ van de Taalunie, het Meertens Instituut en de Universiteit Gent uit 2017 is een paragraaf (4.3) aan het onderwerp gewijd. In 2016 deed de Taalunie onderzoek naar de taal van het bedrijfsleven, waaruit bleek dat het Nederlands nog wél veel gebruikt wordt. Onze Taal bericht erover op de website. Ook Marc van Oostendorp schrijft over de taal van het bedrijfsleven. In een artikel voor Neerlandistiek zegt hij dat men volgens onderzoek beter Nederlands in bedrijven kan spreken dan Engels. Verder was er enige tijd geleden discussie in de media over de verengelsing van de Amsterdamse horeca en middenstand. Er zijn namelijk best wat winkels en restaurants waar je geen Nederlands kunt spreken. Veel Nederlanders voelen zich daar niet prettig bij.
 

De staat van het Nederlands

De verengelsing baart veel Nederlanders zorgen: er wordt gedacht dat het Nederlands zal verdwijnen, en het Amsterdamse straatbeeld zou daar een goed voorbeeld van zijn. Marten van der Meulen, promovendus en schrijver, gaat in op het eventuele gevaar voor het Nederlands in een Neerlandistiek-artikel. Volgens Van der Meulen valt het gevaar wel mee: “Er is namelijk geen reden om aan te nemen dat buiten Amsterdam Engels dezelfde positie inneemt als gebruikstaal.”

Ook door Onze Taal wordt er ingegaan op het gevaar van het Engels in een nieuwsbericht. Uit het eerder genoemde onderzoeksrapport ‘De staat van het Nederlands’, uitgebracht in 2017 door het Meertens Instituut, de Taalunie en de Universiteit Gent, volgt de conclusie dat het Nederlands sterk in zijn schoenen staat. Het Nederlands zou in alle sectoren van de samenleving dominant zijn en beoordeeld worden als een mooie taal door de meeste sprekers. In het meinummer 2017 van Onze Taal komt het onderzoek ook aan bod.



Het onderwijs
 

Engels in het hoger onderwijs

Vanwege de internationalisering dringt de Engelse taal ook door in het hoger onderwijs. Er wordt veel gebruikgemaakt van Engelstalig lesmateriaal en er worden bovendien steeds meer Engelstalige opleidingen aangeboden. Voor de meeste Nederlandse universiteiten geldt dat in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven wordt, zo bleek in 2007 uit een onderzoek van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN). Eind 2014 stelden enkele Amsterdamse universiteitsdocenten een manifest op, waarin zij pleitten voor het behoud van Nederlandstalige colleges in de geesteswetenschappen. Een van de initiatiefnemers lichtte de actie in Onze Taal toe.

De discussie over Engels als voertaal in het voortgezet onderwijs duurt de jaren erna voort. De verengelsing van het hoger onderwijs wordt vaak negatief belicht, zoals door Ad Verbrugge, voorzitter van Beter Onderwijs Nederland in NRC Handelsblad (2015) en Martin Sommer in de Volkskrant (2016). In 2015 organiseerden SP en CDA een rondetafelgesprek met docenten, studenten en bestuurders van universiteiten over het Engels als onderwijstaal, waar Onze Taal over berichtte. Uit een symposium in Amsterdam in 2016 komt naar voren dat er economische en marketingmotieven zouden zijn om Engels als voertaal te gebruiken, en de internationalisering van de samenleving speelt daar een belangrijke rol bij (zie dit nieuwsbericht). Ook in 2017 duurde de discussie voort. Onze Taal schreef er meerdere keren over op de website: hier, hier, hier en hier.

De Technische Universiteit Eindhoven liet in 2018 weten dat zij vanaf 2020 het Engels als officiële voertaal in wil voeren. Dat schreef Onze Taal op de website. De TU/e wil met deze keuze onder andere voorkomen dat de taal de communicatie en de gemeenschapsvorming in de weg staat.
 

Verengelsing in de rechtbank

In mei 2018 daagde Beter Onderwijs Nederland (BON) de Universiteit Twente, Universiteit Maastricht en de Inspectie van het Onderwijs voor de rechter. De twee universiteiten zouden volgens BON de wet overtreden door het invoeren van Engels als voertaal zonder geldige reden. Maar de rechter bepaalde in een kort geding dat de universiteiten de studie Psychologie in het Engels mogen aanbieden. Volgens de rechter is dat niet in strijd met de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Onze Taal schreef over beide ontwikkelingen; hier en hier.
 

Engels in het lager en voortgezet onderwijs

De afgelopen jaren staat ook steeds vaker de toegenomen aandacht voor Engels onderwijs op basis- en middelbare scholen ter discussie. Zo stelde de Onderwijsraad in juni 2008 voor om al in de kleuterklas te beginnen met het leren van de Engelse taal. Hierdoor zullen Nederlanders de internationaal belangrijke taal beter gaan beheersen. Het voorstel leidde echter tot kritiek van onder andere de Algemene Onderwijsbond. Uit onderzoek blijkt dat de Engelse les die sinds 2000 op de basisschool wordt gegeven vanaf de eerste klas, te weinig effect heeft op de Engelse vaardigheden van de kinderen. Onze Taal schreef hierover in een nieuwsbericht. In 2019 komt dit onderwerp weer ter sprake op de website van Onze Taal, maar dit keer gaat het om meertaligheid. De Europese Commissie hoopt haar ideaalbeeld om iedereen drietalig op te voeden door te zetten op basis van inzichten van het onderzoeksproject AThEME (Advancing the European Multilingual Experience). Lisa Cheng, de leiddinggevende van AThEME, geeft echter aan dat het beter is als kinderen in groep 7 of 8 beginnen met het leren van een vreemde taal.



De studie Nederlands
 

Begin 2019 kondigde de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) aan te stoppen met het aanbieden van de bachelorstudie Nederlands. Volgens de VU is de studie met een instroom van vijf studenten in het jaar 2018 niet meer rendabel. In de media ontstond een discussie over deze ontwikkeling. Onze Taal schreef een overzicht van de belangrijkste reacties in een weblog.

Door velen wordt verengelsing van de universiteit als argument aangedragen voor de afname van studenten Nederlands; het Nederlands zou volgens hen ‘tweederangs’ zijn geworden. In een artikel in Trouw wordt door filosoof Ger Groot het volgende gezegd: “De drift om te verengelsen leidt tot de rare situatie dat zelfs de studie Nederlands hier en daar in het Engels wordt gegeven. Over het bizarre daarvan hoef ik volgens mij niet uit te weiden.” Ook Neerlandistiek schrijft over de gevolgen van de verengelsing voor de studie Nederlands (hier en hier). Engels is de lingua franca in onderzoek en onderwijs, waardoor het Nederlands bij veel studies op een tweede plek komt, aldus Michèle Wera voor Neerlandistiek.



Jaarthema verengelsing Onze Taal in 2018
 

Omdat verengelsing al jaren een populaire discussie is, besloot Onze Taal verengelsing als jaarthema van 2018 te nemen. In meerdere nummers van het tijdschrift Onze Taal is er daarom aandacht besteed aan de invloed van het Engels in Nederland. Hieronder volgt een kort overzicht van de betreffende artikelen.
 

Voor- en tegenargumenten

In het aprilnummer schreef Jan Erik Grezel als eerste over het jaarthema in het hoofdartikel “Engels? Niet vanzelfsprekend!”. Hierin zet hij de voor- en tegenargumenten voor het Engels als voertaal in het hoger onderwijs op een rijtje. De keuze voor de voertaal hangt af van onder andere omstandigheden, vakgebied en vorm van de vereiste taalvaardigheid, concludeert Grezel. Hij maakt zich echter wel zorgen over de positie van het Nederlands; het Engels als voertaal is volgens hem lang niet altijd nodig of vanzelfsprekend. Aansluitend op dit artikel geven de leden van Onze Taal hun mening, als reactie op een oproep in de ledennieuwsbrief. Ook deze meningen blijven verdeeld, maar de meerderheid is het toch met elkaar eens dat Nederlandse universiteiten onze taal als eerste moeten gebruiken.

Grezel schreef ook een artikel over verengelsing in de zesde editie van Onze Taal in 2018, waarin hij ingaat op een bepaald argument tegen Engels als voertaal van universiteiten, namelijk dat de Nederlandse taalvaardigheid van studenten eronder lijdt. Maar klopt dat eigenlijk wel? Hij gaat hiervoor te rade bij taalpsychologe Annette de Groot. Volgens haar ligt de oplossing in tweetalig onderwijs: een goede balans tussen Nederlands- en anderstalige vakken, en die andere taal hoeft niet per se Engels te zijn.
 

Engels in Zuid-Afrika

In hetzelfde nummer gaat Carel Janssen in gesprek met de Zuid-Afrikaanse taalkundige Wannie Carstens: “Meertaligheid is een enorm pluspunt”. In Zuid-Afrika neemt het Engels ook een steeds belangrijkere plaats in, ook buiten het hoger onderwijs. Carstens zou graag willen dat naast het Engels ook andere - in Zuid-Afrika gesproken - talen officieel erkend worden. Ook geeft hij zijn mening over Engels als voertaal van universiteiten in Nederland: “Bij jullie en bij ons blijven veel studenten in hun eigen land werken; ze moeten vooral goed communiceren in hun eigen taal.”
 

Verengelsing in Vlaanderen

In tegenstelling met de situatie in Nederland, wordt het Nederlands als universitaire taal in Vlaanderen beschermd door strenge wetten. Hoe kan dat? En blijft dat zo? Journalist Marijke de Vries zocht het uit voor het septembernummer uit 2018 van Onze Taal. In haar artikel genaamd ‘Vlaanderen huiverig voor verengelsing’ schrijft ze dat de goede positie van het Nederlands in Vlaanderen historisch verklaarbaar is. De Vlamingen hebben namelijk lang moeten strijden voor de huidige positie van het Nederlands. Ook geeft Biebuyck, hoogleraar aan de Universiteit Gent, aan dat zij vinden dat buitenlandse studenten en docenten ook moeten participeren in het culturele en maatschappelijke weefsel als zij hier studeren of werken. De verengelsing speelt daar dus (nog) niet zo’n prominente rol als in Nederland.
 

Studenten over Engels als voertaal

Ten slotte kregen in het novembernummer studenten van de universiteiten en hogescholen het woord. Zij geven in het stuk aan dat ze moeite hadden met de wisseling van hun Nederlandstalige bachelor naar een Engelstalige master, of een bachelorstudie die van het ene op het andere jaar overging op het Engels als voertaal. “Een betoog kan ik in het Nederlands beter onderbouwen”, zegt Nina de Winter, oud-student ‘International relations’ in Groningen. Ook voor de docenten zou het volgens de ondervraagde studenten lastig zijn om hun colleges ineens in het Engels te geven. De overgang naar het Engels als voertaal is dus niet zo eenvoudig als het soms lijkt.

Alle nummers van Onze Taal met het jaarthema verengelsing zijn op de website van Onze Taal te vinden.



Overige links
 

  • Taalschrift legde deskundigen acht withete stellingen voor over verengelsing (december 2007).
  • Wanneer is een Engels woord in het Nederlands nuttig en wanneer ergerlijk? Onze Taal-medewerker Peter Burger schreef er in 2000 in het Algemeen Dagblad een column over.
  • Nederlandse werkgevers noemen in vacatures een goede beheersing van het Engelse de laatste jaren minder vaak expliciet als functie-eis. Onze Taal schrijft hierover in een nieuwsbericht in 2018.
  • Marc van Oostendorp gaat in op het gebruik van ‘yes’ in het Nederlands voor Neerlandistiek (2017).
  • “Het Nederlands heeft genoeg woorden, dus waarom zouden we al die Engelse terminologie moeten gebruiken?” Lucas Seuren gaat in een artikel voor Neerlandistiek in op het - volgens hem onnodige - gebruik van Engelse terminologie in het Nederlands (2017).
  • De Lofprijs der Nederlandse taal wordt elk jaar toegekend aan een persoon of instantie die zich nadrukkelijk inzet voor het Nederlands. In 2017 won An de Moor deze prijs. Ook de Sofprijs wordt uitgereikt; in tegenstelling tot de Lofprijs gaat deze naar een persoon of instantie die het Engels al te zeer omhelst, en in 2017 ging hij naar de Universiteit Leiden vanwege de Engelse naam voor de universiteitsbibliotheek. Onze Taal schreef erover op de website.


Onze Taal en verengelsing (eerder)
 

Het Genootschap Onze Taal werd in 1931 opgericht door dertig taalpuristen die zich zorgen maakten over het groeiende aantal Duitse woorden en constructies (‘germanismen’) in het Nederlands. In de loop der jaren kregen andere onderwerpen steeds meer de aandacht. Van een vereniging voor taalpuristen werd Onze Taal een podium voor taalliefhebbers. Onze Taal profileert zich niet nadrukkelijk tegen ‘verengelsing’, maar belicht liever de verschillende kanten ervan. Het onderstaande geeft daar een indruk van:



Organisaties tegen de Engelse invloed
 

Er zijn verschillende organisaties die zich verzetten tegen de Engelse invloed en/of die zich inzetten voor het behoud van de Nederlandse taal en cultuur.

  • De Stichting Nederlands heeft als doelstelling het tegengaan van de devaluatie van het Nederlands. Ook probeert ze onvertaald Engels te vernederlandsen.
  • De strijd die het Ampzing Genootschap voert tegen de Engelse invasie heeft een wat luchtiger karakter. Het genootschap strijdt met onder andere liedjes en cartoons - allebei te vinden op de website - tegen het oprukkende Engels.
  • Het Algemeen-Nederlands Verbond  richt zich op de Nederlandse en Vlaamse cultuur en wil de samenwerking tussen de twee gebieden bevorderen.
  • De Bond tegen leenwoorden is een vereniging die zich inzet voor het gebruik van zuiver Nederlands en het terugdringen van leenwoorden. Ook deze organisatie houdt zich niet alleen met Engelse invloed bezig.

Zie ook het artikel van Jan Erik Grezel over de kleinere organisaties die vechten tegen het Engels (uit Onze Taal 2/3 2007).