Geen twijfel mogelijk: een van de belangrijkste gebeurtenissen van deze eeuw is 11 september­ – of in het Engels: ‘nine eleven’. Dat bevestigen ook de diverse ranglijstjes, onder meer dat van de American Dialect Society. Die zette 9/11 op de derde plaats van ‘decenniumwoorden’, na Google en blog.

De Amerikaanse taalkundige Geoff Nunberg verbaasde zich er vorig jaar over dat 9/11 de enige term is die we blijvend hebben overgehouden aan de aanslagen op het WTC en het Pentagon. Van retorische vondsten die direct in het kielzog van de aanslagen volgden, zoals de as van het kwaad, is nauwelijks nog iets vernomen sinds Obama het Witte Huis heeft betreden. Een schamele oogst, meent Nunberg, één zo’n term voor zulke ingrijpende gebeurtenissen.

Wat Nunberg niet noemt, maar wat wel opvalt: dat uitgerekend een datum de term is geworden voor alles wat er op die dag voor verschrikkelijks gebeurde. Dat is zeldzaam. Meestal worden rampen genoemd naar de gebieden waar ze plaatsvinden: ‘Na Volendam veranderden de regels’, ‘Fukushima drukte ons met de neus op de feiten’, enz. Waarom bij 9/11 dan gekozen voor de datum? Is het omdat data – die minder voorhanden zijn dan plaatsen in de wereld – gereserveerd worden voor gebeurtenissen die sterk ervaren worden als een keerpunt in de geschiedenis? 11 september als scharnierpunt op de tijdbalk?

Als dat inderdaad zo is, dan voelt niet iedereen dat kennelijk hetzelfde aan. Sommige Nederlanders spreken nog vol ontzetting over ‘6 mei’, terwijl anderen nauwelijks nog het verband leggen met de moord op Pim Fortuyn. En twee jaar geleden vond in een jongerencentrum in Amsterdam de “herdenking van 11 september” plaats – niet voor ‘nine eleven’, maar voor ‘11 de Septiembre’: de Chileense gemeenschap stond die dag stil bij de staatsgreep die in 1973 generaal Pinochet aan de macht bracht.

 

Saskia Aukema