Niemand had in 2001 durven denken wat een doorslaand succes de Europese Dag van de Talen zou worden. 'Daar hoor je nooit meer iets van', hoorde je de critici mopperen. 'Wie weet er in 2012 nog wat er op 26 september gevierd wordt? Hoe kan de Raad van Europa zoiets ooit van de grond krijgen?'

Dan moet je nu iets zien. Al voor de zomer verschijnen bij de banketbakkers de speciale Europataaltjes, die heerlijke lekkernijen die 'de tong net zo strelen als een fraai idioom'; en sinds eind augustus hoor in je alle steden bandjes in kelderruimtes oefenen op liedjes in Siciliaanse, Oost-Pommerse of Noord-Samische dialecten – zodat ze op de grote dag hun publiek kunnen verbazen met een almaar uitdijend taalrepertoire. De meeste kinderen slapen nu al dagenlang niet, vol opwinding over de vraag welke schatten ze nu weer uit de Europese taalkamer zullen krijgen van Herman de Taalman wanneer hij vandaag op de scholen komt.

Het zijn ook niet alleen dit soort uiterlijkheden. Ook het achterliggende doel van de Raad van Europa – de burgers laten kennismaken met zo veel mogelijk Europese talen – is ruimschoots gehaald. Was het oorspronkelijke idee nog dat iedere Europese burger twee 'vreemde' talen tot zijn pakket zou rekenen, inmiddels gaan de meeste Europeanen daar ruimschoots overheen. Bijna ieder land heeft inmiddels zijn equivalent van wat bij ons TvTaal heet – een zender die 24 uur per dag taalcursussen op allerlei niveaus aanbiedt. Leraren op de middelbare school klagen dat leerlingen tijdens de les nog stiekem Deense werkwoorden zitten te leren. De NS biedt als entertainment voor de reizigers tijdens vertragingen kleine quizjes aan waarin onbekende woorden in het Latijn of het Moldavisch kunnen worden geraden.

De jaarlijkse Eurovisie-show Wie de meeste talen spreekt waarin de grootste polyglot van het continent wordt aangewezen (wie herinnert zich niet de tandeloze schaapsherder van Kreta die vorig jaar won omdat hij 43 verschillende talen en dialecten beheerste en toen zijn dankrede ineens bleek te houden in een 44ste taal, het Gaelic) overtreft inmiddels in kijkersbelangstelling het Songfestival.

Economen beweren dat dit ook de manier is geweest die Europa min of meer buiten de wereldwijde crisis gehouden heeft. Doordat we zo goed zijn geworden in communicatie, maar vooral ook doordat de meertaligheid ons helpt om ieder probleem van een aantal verschillende kanten te benaderen, heeft ons continent wendbaar gemaakt en competitief. Bovendien laten veel Europeanen het gelukkig niet alleen bij Europese talen, zodat een Japanner of een Keniaan overal wel iemand kan vinden die Japans of Swahili spreekt.

Het zal wel tegen de achtergrond van dit enorme succes zijn geweest dat het Europees Platform heeft besloten om de Europese Dag van de Talen niet langer in Nederland te organiseren. Het is niet langer nodig, sterker nog, we worden al met taal overvoerd.

Marc van Oostendorp