Vandaag is het op de kop af zestig jaar geleden dat het striptijdschrift Donald Duck voor het eerst in het Nederlands verscheen. Het allereerste nummer, met daarin het verhaal ‘Donald Duck als brandweerman’, had een oplage van maar liefst tweeënhalf miljoen exemplaren, die overal in Nederland gratis werden bezorgd. De redactie van Margriet was verantwoordelijk voor de samenstelling – strips waren destijds pedagogisch niet geheel onomstreden, en zo’n degelijk damesblad moest twijfelende ouders over de streep trekken.

In het buitenland (het land van herkomst Amerika voorop) was de Donald Duck al een groot succes, en ook hier nam het “vrolijk weekblad”, zoals het vanaf het begin steevast op het omslag wordt genoemd, al snel een hoge vlucht. Momenteel is de oplage 300.000. Onder Nederlandse studenten schijnt het zelfs het meestgelezen tijdschrift te zijn.

Het kan niet anders of de beroemde eend heeft zijn sporen nagelaten in het Nederlands. En inderdaad. In de grote Van Dale vinden we donaldduckstem (“heliumstem”), geluksdubbeltje (“dubbeltje dat men koestert omdat het geluk zou brengen, oorspr. van de stripfiguur Dagobert Duck, die daarmee zijn fortuin vergaarde”) en williewortelbedrijf (“klein, jong bedrijf dat zich richt op technische innovaties; genoemd naar de uitvinder Willie Wortel in de Disney-stripboeken over Donald Duck”). Ook Verweggistan (‘onbelangrijk land in een verre uithoek van de wereld’) is afkomstig uit de Donald Duck

En over taal gesproken: in Duckstad worden namen en begrippen uit de gewone wereld telkens weer heel vindingrijk aangepast aan de wereld van de eend. Lady Gaga heet er “Lady Kwaak Kwaak”, acteur Huub Stapel “Huub Snavel”, en gebeld wordt er met een “ei-Phone” – waaruit en passant blijkt dat de zestigjarige nog altijd heel goed bij de tijd is.