Over de hele wereld wordt het Nederlands bestudeerd en onderwezen. Eens in de drie jaar komen docenten uit veertig landen samen op het Colloquium Neerlandicum, deze week in Leiden. We vroegen hen naar de motivatie en de beweegredenen van hun studenten om Nederlands te studeren.

Door Marleen van Wesel

“’Waarom gaan jullie in gódsnaam Nederlands studeren?’ Dat horen onze studenten altijd van Nederlandse gasten”, zegt Ester Ham, docent Nederlands aan de Indiana University in de Verenigde Staten.
“Een van mijn studenten had een Nederlander ontmoet in een chatroom. Een ander had Belgische paarden.” Ham begon in 2001 als enige docent. Inmiddels heeft ze twee collega’s en verwelkomen ze met z’n drieën elk jaar veertig nieuwe studenten. Tien tot twintig procent noemt ze ‘heritage’-studenten. “Studenten met een Nederlandse achternaam of grootouder. Verder komen veel minorstudenten bij kunstgeschiedenis vandaan. De universiteit heeft een Hiëronymus Bosch-expert, en zijn studenten willen hun bronnen direct kunnen lezen.” Behalve bij dergelijk onderzoek, komen Hams studenten na hun studie in de zakenwereld of de politiek terecht.

Slovenië
Ook in Slovenië is de belangstelling groot. Het bijvak Nederlands aan de Universiteit van Ljubljana trekt jaarlijks vijftig nieuwe studenten. “Best veel voor een land van twee miljoen inwoners”, vindt docent Anita Srebnik. “Studenten Duits, Frans of Engels kiezen het erbij. En studenten bouwkunde, kunstgeschiedenis en archeologie - en ook steeds meer geneeskundestudenten - hopen er een baan door te vinden of hun studie te kunnen vervolgen in Nederland.”
Bovendien is Nederlandse literatuur in Slovenië razend populair. Srebnik: “Stefan Hertmans is laatst vertaald. Toon Tellegen, Joke van Leeuwen en Tom Lanoye worden goed gelezen.”
“De literatuur is zo mooi”, zegt ook Inna Syuzyumova, die in Rusland aan de Staatsuniversiteit Moskou cursussen Nederlands geeft. Ook zij ziet de trek naar Nederland onder haar studenten.

Bijtanken op het Colloquium Neerlandicum
“O ja, jullie zoenen maar één keer”, stamelt een Nederlandse neerlandica, als ze zich een tweede keer naar een internationale vakgenoot buigt. Ze ontmoeten elkaar op het Colloquium Neerlandicum, het congres van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN), dat deze week in Leiden wordt gehouden. De 250 bezoekers zijn docenten Nederlands uit veertig verschillende landen, met in totaal meer dan 15.000 studenten.
“Er staan héél veel lezingen op het programma”, vertelt vicevoorzitter Henriette Louwerse. “Veel internationale bezoekers komen daarnaast even bijtanken.” Bijkletsen over voetbal, literatuur en het druilerige weer dus, maar ook over geld. Voorzitter Jan Renkema, die eind deze week afzwaait, spreekt in zijn openingswoord van “crisis”. Minister-president van Vlaanderen Geert Bourgeois houdt het in zijn toespraak op “commotie”.
“Er is verzet tegen de bezuinigingen die de Nederlandse Taalunie en daarmee de financiering van de IVN troffen”, verduidelijkt Louwerse. Een onderwerp voor debat deze week dus. Louwerse: “Daarnaast discussiëren we over de positie van het Nederlands in de wereld, met de groeiende dominantie van het Engels, ook als wetenschapstaal. We moeten die boot niet missen, maar we moeten onze eigen taal en het onderwijs daarin ook niet opofferen. Want als wíj het al loslaten …”

Kroatië
“Nederlands klinkt exotisch”, verklaart Gioia-Ana Ulrich Kneževic het succes in Kroatië. Haar vakgroep Nederlands aan de Universiteit van Zagreb is in 2008 van start gegaan. Van de driehonderd aanmeldingen worden er elk jaar slechts zestien toegelaten. “Met Nederlands op je cv val je op in het buitenland”, vult haar collega Željana Pancirov-Cornelisse aan. “Na de gastarbeiders zijn het nu vooral hoogopgeleiden die door de crisis over de grenzen op zoek gaan naar een baan." Maar ze kunnen ook ín Kroatië aan de slag in het toerisme of als vertaler. “Toen Feyenoord in Kroatië speelde, mochten onze studenten voor het hele stadion vertalen.”

Engeland
In Engeland is voetbal soms zelfs een doorslaggevende reden om aan een studie Nederlands te beginnen, vertelt Henriette Louwerse, hoofddocent Nederlands aan de University of Sheffield en vicevoorzitter van de IVN. “We hebben opvallend veel jongens. Dat komt echt door het Nederlandse en het Belgische voetbal. Eenmaal bezig vinden ze de taal zelf ook interessant hoor. Het is cooler dan Duits, klinkt exotisch en is niet zo moeilijk als het Pools of het Tsjechisch. Het is bovendien een kleine taal waarmee je je kunt onderscheiden - en de Nederlandse economie is relatief groot.”
Verspreid over vier jaar volgen nu tachtig tot honderd studenten Nederlands in Sheffield, als een gecombineerd hoofdvak met een andere studie, meestal Duits. Louwerse denkt dat daarmee de piek bereikt is.

Zuid-Afrika
In Zuid-Afrika is de populariteit van het Nederlands juist tanende, volgens Renée Marais, opleidingsverantwoordelijke bij de talen- en tolkenopleiding van de Universiteit van Pretoria. “Nederlands blijft wel een voordeel hebben: voor studenten die al Afrikaans spreken, is het passief best begrijpelijk - leuk om mee te oefenen dus. Maar er zijn ook studenten die het serieus als derde taal leren, naast Engels, Frans, Arabisch, Mandarijn of Afrikaanse talen zoals Zoeloe. Een oud-student heeft Pluk van de Petteflet in het Afrikaans vertaald.”

Indonesië
“In Indonesië is Nederlands vaak de tweede keuze”, vertelt Achmad Sunjayadi, die met zijn achttienkoppige docentencorps jaarlijks meer dan driehonderd studenten verwelkomt aan de Universitas Indonesia in Depok. Dat aantal is stabiel. “De eerste-keuzestudenten zijn vaak de beste. De rest werd op basis van cijfers niet toegelaten tot techniek of rechten.” Maar ook die komen vaak prima terecht: “Veel archieven zijn nog in het Nederlands, en ze belanden soms ook in de journalistiek, bij een bank of studeren verder in Nederland.” Dan bekent hij: “Eigenlijk was het ook mijn tweede keuze. Ik wilde rechten studeren.”