Van 21 tot en met 30 september vindt in Utrecht het Nederlands Film Festival (NFF) plaats. Tijdens dit festival feliciteert de Nederlandse filmindustrie zichzelf met weer een jaar Nederlandse cinema, en worden er prijzen uitgereikt aan de beste prestaties.
Bij Onze Taal vieren we het festival met ‘het alfabet van de (Nederlandse) film’, waarbij we allerlei filmtermen met een taaloog bekijken.

Raymond Noë

Animatiefilm. Door moderne computertechnieken vervagen de grenzen van het genre, maar van huis uit is een animatiefilm een film die beeld voor beeld wordt opgenomen, met tekeningen of met bijvoorbeeld (klei)poppen. De opvallendste animatiefilm van dit moment is Oscar-gegadigde The Red Turtle van Michael Dudok de Wit. Deze film wordt tijdens het NFF vertoond, maar gelukkig voor alle andere kanshebbers is hij niet opgenomen in de competities voor de Gouden Kalveren.
Animatie staat voor ‘de illusie van beweging door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden’. Het woord hangt samen met het Latijnse woord animus, dat ‘ziel’ betekent – animeren is als het ware ‘het levenloze een ziel geven’.

Blue movie. Blue Movie is een succesfilm uit 1971 van het productieve Nederlandse regisseursduo Pim & Wim (Pim de la Parra en Wim Verstappen). Het is een film met veel bloot en seks, die grote ophef veroorzaakte omdat de erectie van acteur Hugo Metsers erin te zien was. Kunstenaar Andy Warhol maakte in 1969 al een film met dezelfde titel, waar ook veel expliciete seks in voorkwam.
Blue movie is een Amerikaans-Engels synoniem van ‘pornofilm’. Het woord blue wordt in het Engels wel vaker gebruikt om zaken met obscene inhoud aan te duiden, maar het is niet helemaal duidelijk waarom dat zo is.

Cameo. In de voor een Gouden Kalf genomineerde film Knielen op een bed violen is ook heel even Jan Siebelink te zien, de schrijver van het boek waarop de film gebaseerd is. Zo’n gastoptreden van een acteur, regisseur of bekend persoon in een figurantenrolletje noemen we een ‘cameo’. De Britse regisseur Alfred Hitchcock was er beroemd om, omdat hij in bijna al zijn films ook zelf even te zien was.
Het woord cameo is afgeleid van camee, ‘in reliëf gesneden steen’, die meestal een portret en profil weergeeft. De huidige betekenis is ontstaan in de toneelwereld. Het idee was dat je de bekende persoon die kort op het toneel voorbijflitste meteen herkende, net als het gesneden portret.

Draak. Als in ‘een draak van een film’. Een draak is oorspronkelijk ‘een toneelstuk met overdreven en op het effect berekende dramatische taferelen’, een melodrama, waarin de auteurs de brede gebaren en de grote gevoelens niet schuwden. De inhoud mengde klucht en ernst, en vaak was er muziek bij te horen. Het ‘drakentoneel’ stond niet in hoog aanzien, maar was wel heel populair.
Het woord draak werd vanaf de zeventiende eeuw gebruikt voor ‘een vervelend iemand’ (bijvoorbeeld ‘een draak van een mens’), en geleidelijk aan is men de term ook gaan gebruiken voor boeken en toneelstukken: ‘een draak van een boek’, ‘een draak van een toneelstuk’. Tegenwoordig zeggen we het dus ook van films, met drakerig als bijbehorend bijvoeglijk naamwoord.

Explicateur. Toen de films nog geluidloos waren, werden ze in de bioscoop begeleid door een pianist of organist (of zelfs een orkestje) en/of een explicateur. De explicateur voorzag de beelden van commentaar en verzorgde toepasselijke geluidseffecten. Een van de bekendste Nederlandse explicateurs was Louis Hartlooper (1864-1922), naar wie het Utrechtse filmhuis Louis Hartlooper Complex genoemd is.
Het woord explicateur hangt samen met het aan het Frans ontleende woord expliceren, dat ‘uitleggen’ betekent.

Fourth wall. Oftewel ‘vierde muur’. Oorspronkelijk een toneelterm, ter aanduiding van de denkbeeldige muur die de acteurs van de toeschouwers scheidt. De vierde muur wordt doorbroken zodra acteurs het publiek direct toespreken.

Godverdomme. Deze vloek staat voor ‘het Nederlandse acteren’, dat volgens kenners soms wat onnatuurlijk aandoet. De kritiek is meestal gericht op de tonelige dictie van de acteurs, die een hoogtepunt vindt in de uitspraak van het woord godverdomme, met een rollende tongpunt-r (ook wel de ‘kleinkunst-r’ genoemd). In dit filmpje is een compilatie van godverdomme’s te zien en te horen.

Higgins, Henry -. Bekendste film-taalkundige (een foneticus), uit de musical My Fair Lady – oorspronkelijk een toneelstuk (Pygmalion) van George Bernard Shaw.

Icoon. Iemand die (in een bepaald cultureel opzicht) beeldbepalend is voor de tijd waarin hij of zij leeft. Gedevalueerde term. Vroeger was er een zekere wereldfaam vereist om filmicoon genoemd te worden (Asta Nielsen, Greta Garbo, Marilyn Monroe, Humphrey Bogart, James Dean). Nu is daar minder voor nodig.
Het woord vindt zijn oorsprong in het Griekse eikoon: ‘gelijkenis, afbeelding’.

Jantjes, De -. De tweede Nederlandse geluidsfilm (uit 1934), en een groot succes – een veel groter succes dan de eerste geluidsfilm, Willem van Oranje. De film gaat over drie matrozen van de marine: jan(tje) is een aanduiding voor een matroos of een soldaat. De naslagwerken geven geen verklaring, maar omdat Jan vroeger de meestvoorkomende mannennaam was, zullen ook wel veel soldaten en matrozen Jan geheten hebben. In Indonesië werd Jantje Kaas wel gebruikt als aanduiding voor het Nederlandse leger.

Kalf, Gouden -. De Gouden Kalveren zijn de belangrijkste Nederlandse filmprijzen, een soort tegenhanger van de Amerikaanse Oscars. Ze worden sinds 1981 uitgereikt bij het Nederlands Film Festival. De naam van de onderscheiding knipoogt naar belangrijke filmprijzen als de Gouden Beer (Berlijn), de Gouden Palm (Cannes), de Gouden Luipaard (Locarno) en de Gouden Leeuw (Venetië), én uiteraard is het een verwijzing naar het verhaal van het gouden kalf, het afgodsbeeld uit de Bijbel, met wellicht als onderliggende boodschap dat het uitreiken van prijzen een soort afgoderij is. Huiskamervraag: welke film kreeg in 1981 het allereerste Gouden Kalf? (Antwoord.)

Lowbudgetfilm. Naast de gemiddelde Hollywood-productie kun je iedere Nederlandse film ‘lowbudget’ noemen, maar eigenlijk is de term gereserveerd voor een film die echt met minimale middelen gemaakt wordt. Meestal is dat dan ook aan het eindproduct af te zien, maar er zijn beroemde uitzonderingen, zoals Halloween (1978), El Mariachi (1992), Clerks (1994) en The Blair Witch Project (1999). In Nederland maakten Ian Kerkhof (Kyodai Makes the Big Time) en Paul Ruven (De tranen van Maria Machita) in de jaren negentig geslaagde lowbudgetfilms.

Mozaïekfilm. Ook: ‘ensemblefilm’. Film met meerdere verhaallijnen, die door en langs elkaar heen verteld worden. Vaak komen die verhaallijnen samen aan het eind. Alles is liefde is een bekende Nederlandse mozaïekfilm.
Mozaïek wordt hier gebruikt in de betekenis ‘(gecompliceerd maar) harmonisch samenstel’. Het woord hangt samen met het woord muze. In het middeleeuws Latijn betekende musaicum opus ‘werk dat betrekking heeft op de muzen’.

Nasynchronisatie. Als je een film in een vreemde taal wilt vertonen, heb je twee opties: de oorspronkelijke dialogen handhaven en de vertaling weergeven in ondertitels, of de film opnieuw laten inspreken door acteurs, oftewel nasynchroniseren. In Nederland wordt van oudsher voor ondertiteling gekozen (en er wordt wel beweerd dat we daardoor eerder vreemde talen oppikken). In feite is er nog een derde, zeer onelegante manier, namelijk ‘gesproken ondertiteling’. De vertaling wordt dan voorgelezen en over de half weggedraaide dialogen heen opgenomen.
Synchroniseren betekent ‘in de tijd doen samenvallen’, voor wat betreft de film is dat het samenvallen van mondbewegingen en stemmen.

Oscar. Allerberoemdste filmprijs, eigenlijk ‘Academy Award' geheten. De naam Oscar zou de prijs te danken hebben aan actrice Bette Davis, die het beeldje zo noemde omdat het haar aan haar eerste echtgenoot Oscar Nelson deed denken.
Tot nu toe hebben drie Nederlandse films een Oscar voor ‘beste buitenlandse film’ gekregen: De aanslag van Fons Rademakers (1986), Antonia van Marleen Gorris (1995) en Karakter van Mike van Diem (1997).

Polygoon-journaal. Tot in 1987 werd er in de Nederlandse bioscopen voorafgaand aan de hoofdfilm een weekjournaal vertoond, gemaakt door de firma Polygoon. Elke uitzending bevatte twee of drie onderwerpen van nationaal of internationaal belang, meestal luchtig, maar serieus als het moest. Wie de filmpjes kent, hoort in gedachten meteen de markante stem van Philip Bloemendal, die met zijn keurige en gedecideerde uitspraak de beelden decennialang van commentaar voorzag – inclusief kwinkslag aan het eind.

Q, Suzy -. (Hier eigenlijk alleen opgenomen om het gaatje van de Q te vullen.) Succesvolle Nederlandse telefilm (‘film die is gemaakt voor de televisie’) uit 1999 van Martin Koolhoven.
Suzy Q was de debuutfilm van Carice van Houten. Ze speelt een meisje dat bij Mick Jagger op de hotelkamer belandt, en dan met hem zoent - en vervolgens wil niemand dat geloven. De titel verwijst naar het nummer ‘Susie Q’ van The Rolling Stones (een cover van het origineel van Dale Hawkins uit 1957).

Roadmovie. Film waarin de hoofdpersoon ‘on the road’ is, dus aan het reizen. Zeer populair genre in filmland, misschien ook omdat de reis zo mooi als metafoor voor een innerlijke zoektocht gebruikt kan worden. Recente Nederlandse roadmovies zijn J. Kessels (2015) van Erik de Bruyn en het zeer geslaagde Zurich (ook 2015) van Sacha Polak, met zangeres Wende Snijders in de hoofdrol.

Suspension of disbelief. Oftewel ‘het uitstellen van het ongeloof’, oftewel: hoe voorkomt de regisseur dat de kijker afhaakt omdat hij het allemaal niet meer geloofwaardig vindt? Suspension of disbelief speelt vooral een rol bij genres als sciencefiction, fantasy, thrillers en horror, maar kan natuurlijk ook van toepassing zijn op de geloofwaardigheid van de hoofdpersoon in een subtiele karakterstudie.
De term is bedacht door de Britse dichter Samuel Taylor Coleridge (1772-1834) in een essay over zijn eigen werk, waarin het bovennatuurlijke nogal eens een rol speelde. De opkomende filmindustrie nam het woord begin twintigste eeuw van hem over.

Trailer. Reclamefilmpje voor een nog komende speelfilm, dat wordt vertoond voorafgaand aan de hoofdfilm. Dat is raar, want to trail betekent ‘volgen’. De verklaring? Vroeger werden trailers na afloop van de hoofdfilm vertoond. Toen bleek dat het publiek daar niet voor bleef zitten, werden de trailers naar het voorprogramma verplaatst.

Undergroundfilm. Letterlijk ‘ondergrondse film’. Film die een uiting is van een zich nog in de marge (‘de ondergrond’) bewegende subcultuur. Underground is volgens het woordenboek ‘milieu met een tegen de gevestigde orde en cultuur ingaande denk-, belevings- en cultuurwereld’ – een milieu ook dat zich ondergronds aan het oog van de gevestigde orde onttrekt. Frans Zwartjes (1927) wordt als de Nederlandse undergroundfilmer bij uitstek gezien.

Verhoeven, Paul. Ooit Golden Boy, nu nestor van de Nederlandse film. Succesvolste Nederlandse regisseur aller tijden, met 6 films in de lijst van 25 bestbezochte Nederlandstalige films. En dan heeft hij ook nog een rits films in Hollywood gemaakt – waaronder Showgirls, dat dan weer een van de grootste flops aller tijden was. Huiskamervraag: wie is de op een na succesvolste Nederlandse regisseur? (Antwoord.)

Wilhelm-scream. Oftewel Wilhelmschreeuw – een in 1951 opgenomen geluidseffect (luister hier) voor de film Distant Drums. Sindsdien is het in minstens 225 films en tv-series gebruikt, meestal wanneer er een personage wordt neergeschoten of van grote hoogte naar beneden valt. Een andere beroemde filmschreeuw is de Tarzan-schreeuw.

X-rated. Aanduiding voor een film met ‘strong adult content’, dus met seks, geweld of grove taal. Pornofilms worden sinds enige tijd wel aangeduid met XXX. Waar de X-classificatie vandaan komt is niet geheel duidelijk, maar zeker is dat de X vroeger werd gebruikt als een soort kwaliteitsaanduiding voor bier. XX en XXX duidden dan wellicht een zwaarder soort bier aan. De x wordt ook al heel lang gebruikt als aanduiding voor een kusje, maar dat is weer een ander verhaal.

YouTube. Website waar gebruikers filmpjes kunnen publiceren, en waar ook ongelooflijk veel speelfilms te bekijken zijn.

Zwijmelfilm. Film waarbij je lekker kunt zwijmelen. Je kunt films indelen naar het emotionele effect dat ze oproepen. Behalve de zwijmelfilm heb je dan nog de feelgoodmovie en de lachfilm, en aan de andere kant van het emotiespectrum de tearjerker (oftewel tranentrekker oftewel huilfilm).