In het nummer van Onze Taal dat afgelopen weekend is verschenen, staat een artikel van Herman Finkers – de tekst van de lezing die hij hield nadat hij tijdens het Onze Taal-congres in november de Groenman-taalprijs had ontvangen. Die lezing ging over het Twents, en daarin beschrijft hij een verschijnsel dat taalkundigen deed opkijken, omdat het nog niet eerder beschreven was. Het gaat over het uitdrukken van beleefdheid door middel van bezittelijke voornaamwoorden.

Finkers: "Ook interessant is: 'Marie hef ziene fietse kepot.' Dat woordje ziene geeft aan dat er niet zo'n afstand is tussen jou en Marie. Als je geen Constantijn heet, zul je nooit zeggen: 'Prinses Laurentien hef ziene fietse kepot.' Dat blijft gewoon eer fietse."

Met andere woorden: Marie zijn fiets gebruik je als je Marie goed kent, en Marie haar fiets als je haar niet of minder goed kent. En dat is blijkbaar iets wat nog niet eerder beschreven is. Taalkundige Marc van Oostendorp bij Neder-L:

"Ik heb herhaaldelijk over bezittelijke voornaamwoorden in Nederlandse dialecten geschreven, maar dat je op zo'n manier een 'jij'/'u'-achtig verschil maakt voor 'haar', daar had ik nog nooit van gehoord. Terwijl ik wel weer wist dat je inderdaad zegt 'Hij heeft zijn fiets kapot' in plaats van 'Zijn fiets is kapot', maar dat beschouwt Finkers kennelijk als zo vanzelfsprekend dat hij er geen woorden aan vuilmaakt. Ook dat sommige dialecten 'Marie zijn fiets' zeggen, is niet nieuw; de beleefdheidsbetekenis, daarmee verrast Finkers ons."

Kent u het verschijnsel? Zo ja, meld het dan hieronder (en laat s.v.p. ook weten waar u woont of vandaan komt). En misschien weet u dan ook hoe die beleefdheid wordt uitgedrukt bij mannen: Jan zijn fiets en Jan … fiets.