Google Streetview heeft de kunst van het kaartlezen veranderd. Je kijkt niet meer per se van boven naar een tweedimensionele wereld, maar je kunt er middenin gaan staan. Je kunt nu niet alleen zien dat je halverwege de straat linksaf de hoek om moet, maar je kunt ook zien hoe die hoek eruitziet.

Dat opent perspectieven voor het taalonderzoek, bedachten mijn collega van het Meertens Instituut Sjef Barbiers en ik vorig jaar. We schreven een onderzoeksvoorstel voor NWO en vlak voor de kerst hoorden we dat het is toegekend.

In de tijd van het papier was een kaart noodzakelijkerwijs plat. Je kon met kleuren wel een derde dimensie suggereren (hoe donkerder de berg, hoe hoger), maar heel ingewikkelde informatie kon je er niet op kwijt. Google Streetview laat zien dat je ook ingewikkelde dingen op een kaart kunt plaatsen. Zoals winkels. Of grammatica's.

In een Grammar View van het Nederlandse taalgebied kun je op iedere plaats inzoomen en opzoeken hoe men ter plekke praat: wat de uitspraak is, bijvoorbeeld, maar ook hoe de zinsbouw in elkaar zit. Als je de hoek omslaat, zie je dat men vanaf nu geen 'paord' meer zegt, maar 'peerd'.

Wat heb je daaraan? Het is mogelijk een interessante manier om alle informatie over de Nederlandse dialecten te organiseren — en die dialecten vormen een deel van ons culturele erfgoed dat we zo zouden kunnen ontsluiten voor iedereen die het interesseert.

Maar ons eerste doel is wetenschappelijk. De dialecten lopen in Nederland langzaam in elkaar over. Er zijn weinig of geen absolute taalgrenzen, waar de hele taal in één klap verandert. We denken dat die subtiele verschillen ons juist iets kunnen leren over hoe taal in elkaar zit, en hoe het in de hoofden van sprekers zit. Is er bijvoorbeeld een verband tussen het ontbreken van de doe-vorm (doe in de betekenis 'jij') in een dialect, en het bestaan van een verschil in de uitgang van een werkwoord wanneer dit vóór of juist ná het onderwerp ('jij speelt'-'speel jij', 'wij doe'-'doene we') gebruikt wordt – zoals sommige onderzoekers menen? En zo ja, waar ligt dat dan aan? En wat gebeurt er in regio's waar grote dialectgebieden op elkaar stoten, zoals het grensgebied tussen het Fries en het Gronings? Stort de grammatica daar in elkaar?

Ik hoop het u snel te kunnen vertellen. Of beter nog: op een kaart te kunnen laten zien.

 

Marc van Oostendorp

(Deze column verscheen eerder bij Neder-L)