Vanavond is het Halloween (een verkorting van All Hallows Eve/Even), de avond voor Allerheiligen waarop tegenwoordig veel kinderen en sommige volwassenen zich als griezel verkleden. Ter inspiratie hebben we 26 griezels voor u bij elkaar gezocht – heel oude en heel nieuwe, van heel ver weg en van onder uw bed.

Alien – recente griezel, voor het eerst te zien in de film Alien van Ridley Scott, uit 1979. Het monster werd ontworpen door de Zwitserse kunstenaar (met morbide interesses) H.R. Giger (1940-2012). Het Engelse woord alien gaat terug op het Latijnse alienus, dat ‘tot een ander behorend’ betekent.

Boeman – afschrikwekkend persoon, kinderverschrikker, ook bietebauw of bullebak. Boe heeft waarschijnlijk te maken met het middeleeuwse werkwoord boezen, dat ‘stommelen, lawaai maken, kloppen’ betekende. Oorspronkelijk was het woord dan ook boesman, maar in later eeuwen werd dat niet meer begrepen en werd er boeman – ‘man die “boe!” zegt’ – van gemaakt. Veel Germaanse talen hebben een verwant woord, met als bekendste het Engelse bogeyman.

Cerberus – hellehond. Driekoppige hond die in Griekse en Romeinse mythen de toegang tot de hel bewaakt.

Dementor – zeer recente griezel, afkomstig uit de Harry Potter-boeken van J.K. Rowling. Dementors zijn blind en skeletachtig en gaan gekleed in lange zwarte mantels. Ze zuigen alle geluk uit hun omgeving weg en mensen die in hun buurt komen, herinneren zich alleen nog maar het ergste wat ze ooit hebben meegemaakt. De naam is een samentrekking van de woorden dement en tormentor (‘kweller’).

Elf – natuurgeest. In sprookjes en in de boeken van J.R.R. Tolkien zijn elfen goedaardige of zelfs edele wezens, maar in de Middeleeuwen was de elf een lelijke, kwaadaardige natuurgeest, nauw verwant met de alf, ook geen lieverdje. Het woord elf is ook verwant met het oude Germaanse woord alp (‘nachtmerrie’).

Frankenstein – voluit het monster van Frankenstein, genoemd naar de schepper van het monster, de fictieve geleerde Frankenstein. Het oorspronkelijke boek uit 1818 van Mary Wollstonecraft Shelley beschrijft hoe het uit delen van lijken samengestelde monster door de wetenschapper Victor Frankenstein tot leven wordt gewekt. Het is een wat tragisch monster, dat zich uiteindelijk tegen zijn schepper keert. Het monster zoals we het nu kennen, dankt zijn uiterlijk aan de vele films die erover gemaakt zijn, vaak met Boris Karloff in de hoofdrol.

Gnoom – afzichtelijke aardgeest, dwerg. Familie van de trol, de kobold en de kabouter. Lang niet altijd kwaadaardig. De naam gnoom is verzonnen door de Zwitserse arts en filosoof Paracelsus (1493-1541), die het woord gebruikte om een bepaald volk van heel kleine mensachtigen mee aan te duiden.

Heks – toverkol, vrouw (soms een man) met toverkracht, iemand die in staat is om (al dan niet met hulp van de duivel) anderen onheil aan te doen. Aan heksen worden van oudsher ook losbandigheid en magische invloed op de seksuele lustgevoelens toegeschreven. Het woord is overgenomen van het Duitse Hexe.

It – griezelclown, ook bekend als Pennywise. Heeft het voorzien op kinderen en kan door volwassenen niet gezien worden. Bekend uit het gelijknamige boek van Stephen King uit 1986, en van de films die op dat boek gebaseerd zijn.

Jekyll & Hyde – voluit Dr Jekyll en Mr Hyde, de personificaties van het goede en het kwade in een en dezelfde persoon. Afkomstig uit het boek Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde (1886) van Robert Louis Stevenson (ook bekend van Schateiland). De wetenschapper Jekyll voert een experiment uit op zichzelf, waardoor hij steeds vaker en vollediger in de moorddadige beestmens Hyde verandert. Het verhaal heeft geen happy end: Jekyll moet uiteindelijk Hyde vermoorden door zelfmoord te plegen.

Kobold – soort kabouter, kwelgeest. Intelligent en over het algemeen kwaadaardig. Komt ook voor als goedaardige huisgeest. Kobold is een oud woord, dat misschien iets te maken heeft met het Oudgermaanse kuba, dat ‘huis’ betekent.

Lucifer – een van de vele benamingen voor de duivel. Lucifer betekent ‘lichtbrenger’ in het Latijn. Oorspronkelijk was het ook een benaming voor de Morgenster, oftewel de planeet Venus, die je vaak vlak voor zonsopgang goed kunt zien. Pas in de Middeleeuwen dook Lucifer in sommige bijbelvertalingen op als naam van de gevallen engel die later de duivel werd. In de bij ons gebruikelijke bijbelvertalingen komt de naam overigens niet voor. De zwavelstrijkstokjes die we nu ‘lucifers’ noemen, zijn in 1827 uitgevonden door de Britse chemicus John Walker. Ze kregen onder meer de merknaam Lucifer matches. In het Engels gingen ze uiteindelijk matches heten, in het Nederlands bleef de benaming lucifers bestaan.

Mummie – griezel uit de categorie ‘on-doden’. Eigenlijk niet meer dan een gebalsemd of anderszins geconserveerd lijk, vooral bekend in de Egyptische variant, die ingepakt was in repen stof. In wat oudere griezelfilms zie je mummies vaak tot leven komen als hun eeuwige rust verstoord wordt door geleerden of schatzoekers die hun sarcofaag openen. Het woord mummie hebben we overgenomen uit het Latijn. Het Latijnse mummia was weer ontleend aan het Arabische mūmiyā, dat zowel gebruikt werd voor het gebalsemde lijk zelf als voor het pekmengsel waarmee de Egyptenaren hun lijken balsemden.

Nix(e) – watergeest die jonge mensen naar zich toe lokt en laat verdrinken. Een vrouwelijke nix heet een nixe. Nixen en nixes stonden in sommige streken bekend als nikkers.

Ork en oger – aardman respectievelijk mensenetende reus. De orks uit het boek In de ban van de ring en de oger Shrek (uit de gelijknamige films) verschillen nogal qua karakter: de eersten zijn kwaadaardig, de tweede is goedmoedig. Toch hebben ze ook veel met elkaar gemeen: ze zijn groot, sterk, lelijk en niet al te slim. Ze zijn dan ook familie van elkaar – in ieder geval qua benaming. Zowel Tolkiens ork als het van oorsprong Franse ogre gaat terug op Orcus, de naam van een Romeinse god van de onderwereld, die wel werd voorgesteld als een behaarde en bebaarde reus. Waarschijnlijk zorgden zijn monsterlijke uiterlijk en zijn demonische reputatie ervoor dat hij in volksverhalen terechtkwam. In het Romaanse taalgebied werd zijn naam verbasterd tot orco, dat later leidde tot het woord ogre. En Tolkien was hem tegengekomen in het Oudengelse epische gedicht Beowulf; daarin betekent orc ‘demon’.

Poltergeist – klopgeest. Geest die je niet kunt zien, maar die zich manifesteert door middel van geluiden en door het laten bewegen van voorwerpen. Bekend geworden door de film Poltergeist uit 1982. Poltergeist komt uit het Duits; poltern is het Duitse woord voor ‘lawaai maken’.

Quasimodo – zeer lelijk, sterk misvormd persoon. Zo genoemd naar een personage uit Victor Hugo’s boek De klokkenluider van de Notre Dame (1831). Het is geen echte griezel, want Quasimodo had een goed hart en een edele geest. Quasimodo is van oorsprong een woord uit de Katholieke Kerk voor de eerste zondag na Pasen, vanwege de beginwoorden van de Latijnse mis van die dag: “Quasi modo geniti infantes” (‘Als pasgeboren kinderen’).

Reus – zeer grote mensachtige. Voedt zich vaak met mensen, maar zachtaardige varianten komen ook voor. Het woord is waarschijnlijk verwant met het werkwoord rijzen (‘in hoogte toenemen’).

Spook – bovennatuurlijke, gewoonlijk nachtelijke en angstwekkende verschijning (met name de geest van een overledene). Heeft in de beeldcultuur vaak de vorm van een laken met ogen. Het woord spoick kwam in de vijftiende eeuw al in het Nederlands voor, maar de herkomst is onduidelijk.

Trol – boze geest, demon. Volgens het Scandinavische volksgeloof een min of meer op een mens gelijkend wezen met bovennatuurlijke macht, dat de mens vijandig gezind is. Er zijn kleine en grote varianten, en men onderscheidt berg-, woud- en riviertrollen. De benaming komt van het Oudnoorse woord troll.

Ubume – (Japanse) geest van een vrouw die gestorven is in het kraambed. De Japanse folklore kent veel geesten. Enkele voorbeelden: umibōzu, de geest van een verdronken priester, en uma-no-ashi, een paardenbeen dat in een boom hangt en naar voorbijgangers schopt. Een ubume verschijnt als oude vrouw met een kind in haar armen, die er bij voorbijgangers op aandringt het kind aan te pakken, waarna de ubume verdwijnt en het kind steeds zwaarder wordt.

Vampier – bloedzuigend nachtwezen. Het woord vampier is al behoorlijk oud. Deze bloeddorstige ‘on-dode’, die ’s nachts op zoek gaat naar menselijk bloed, komt al eeuwen voor in griezelverhalen, oorspronkelijk vooral in het zuidoosten van Europa. Het woord vampier komt oorspronkelijk dan ook uit die contreien, en is via het Duits (Vampir) in onze taal terechtgekomen. Bram Stokers boek Dracula (1897) en de vele films die daarop gebaseerd zijn, zijn van grote invloed geweest op de bekendheid van dit wezen.

Weerwolf – mens die (meestal onder invloed van de maanstand) in een wolf verandert. Met het weer in de zin van zon, regen of wind heeft zijn naam niets van doen, want weer gaat in dit geval terug op het Germaanse wera, dat ‘man’ betekende. Omdat weer aan het eind van de Middeleeuwen al niet meer bekend was in de betekenis ‘mens’, ging men andere verklaringen zoeken voor het woord weerwolf. Er is bijvoorbeeld geopperd dat de weerwolf zo heette omdat hij een mens was “die nu eens mensch dan we(d)er wolf is”, zoals het Woordenboek der Nederlandsche Taal deze (foutieve) verklaring formuleert – vandaar dat ook de benaming wederwolf wel voorkwam.

X – het onbekende. In de Middeleeuwen gebruikten de Spanjaarden voor het overzetten van het Arabische woord voor ‘iets’ in wiskundige teksten oorspronkelijk de Griekse letter χ, omdat dat Arabische woord begon met een klank die in het Spaans niet kon worden weergegeven. Later werd dat de Latijnse letter x, met als betekenis ‘de onbekende (in wiskundige vergelijkingen)’. Tegenwoordig wordt de x niet alleen gebruikt om ‘een wiskundige onbekende’ aan te geven, maar ook ‘het onbekende in het algemeen’ – denk aan de tv-serie The X-Files.

Yeti – verschrikkelijke sneeuwman met aapachtig uiterlijk. Afkomstig uit de Nepalese folklore; leeft in de Himalaya. De Amerikaanse variant heet Bigfoot.

Zombie – levende dode. Zowel het wezen als de benaming is afkomstig uit het Caribisch gebied en het daar voorkomende voodoo-geloof. De zombie maakte in 1968 zijn entree in de westerse cultuur door George A. Romero’s film Night of the Living Dead, en is er sindsdien niet meer uit weg te denken.

Raymond Noë