Focus is overal. Dagblad De Limburger meldt dat acteur Tarikh Janssen zich na zijn afstuderen wil richten op toneel en film, “maar zijn focus ligt nu nog op het spelen van Woef Side Story”. Een vakbondsman die zijn mening geeft over de integratie van Canon en Océ verwacht de komende jaren “meer keuzes en focus”. Volgens Nu.nl hebben onlinebedrijven die het slecht doen “geen focus op kwaliteit”. Scheidsrechter Björn Kuipers maakt in de eredivisie korte metten met protesterende spelers, want hij wil “als scheidsrechter gefocust blijven”. De gemeente Venray heeft als slogan “Focus op mensen”, de Belgische Rabobank “Focus op uw spaargeld”.

Focus is overal. Als werkwoord en als zelfstandig naamwoord. In spreektaal en in schrijftaal. Aan de vergadertafel en bij de koffieautomaat. Wat verklaart dit onstuitbare succes, deze alomtegenwoordigheid? Ten eerste dit: focus is flexibel: ik focus, jij focust je, hij legt zijn focus, wij hebben focus, jullie zijn gefocust, zij leggen focus. Focus is de overal inzetbare joker van de Nederlandse taal. Ten tweede dit: als je maar focus hebt, komt alles goed. Focus duidt op scherpte, toewijding, vastberadenheid en efficiëntie. Focus is de haarlemmerolie van het succes. Daarom garandeer ik: focus is een blijvertje. We komen er nooit meer vanaf.

Maar niet iedereen is even dol op focus. NRC Handelsblad interviewt een veelzijdig schrijfster, en wil weten waar haar focus ligt. Zij antwoordt: “Mijn hart ligt bij de roman.” Een vrouw naar mijn hart.

 

Stan Verhaag - tekstschrijver bij Sterke Tekst, Venray