Het schijnt dat Tom Lanoye expres het Vlaamse woord fermette het gisteren verschenen boekenweekgeschenk, Heldere hemel, in gesmokkeld heeft. In Nederland wordt zo'n boerderij-achtig woonhuis doorgaans een boerderette genoemd, maar fermette is een prettiger woord, met al die e's, dus misschien gaat het noorden na dit geschenk ook wel overstag. Overigens legt Lanoye het woord zelf meteen uit:

Het perceel bezat nog meer troeven. Raad eens? Walter glunderde. Ze zouden een fermette bouwen. Een modern hoevetje. Op de fundamenten van de boerderij die daar nu nog stond. Sterker: ze zouden dezelfde bakstenen gebruiken!

Dat is allemaal leuk en aardig, maar er is ook met die uitleg iets aan de hand: dat woord hoevetje. In de eerste plaats is dat een tamelijk zeldzaam woord in het Nederlands, zoals de volgende tabel (met Google-resultaten) laat zien:

Verhoudingen   1:2   3:1
30:1 boerderij: 12.100.000 boerderijtje: 376.000
200:1 hoeve: 25.000.000 hoevetje: 117.000

Hoeve komt dus vaker voor dan boerderij, maar hoevetje juist veel minder dan boerderijtje. De gegevens worden enigszins vervuild doordat Hoeve ook een achternaam is (en Boerderij niet), maar hoevetje blijft opvallend achter bij boerderijtje. In het Historisch Krantenarchief komt hoevetje 12 keer voor, waarvan 5 keer in advertenties in De Telegraaf in 1991 en 1992 voor een hoevetje bij Florenville in Wallonië. Ook bij sommige andere artikelen is er een Belgische connectie, maar het woord komt ook in Nederlandse contexten voor; er zijn te weinig gegevens om een conclusie te trekken.

Wat is er zo vreemd aan hoevetje? Dat is een van de raadselen van de Nederlandse taal. Verkleinwoorden van woorden op -e klinken bijna altijd een beetje vreemd: boetetje, schadetje, aardetje. Misschien komt het doordat -etje ook een vorm kan zijn van de uitgang, zoals in mannetje (man-etje) of balletje. Bij hoevetje ontstaat daardoor een klein kortsluitinkje in je hoofd: is hier sprake van het verkleinwoord van hoef? Maar dat is toch hoefje? Om dat kortsluitinkje te vermijden, praten mensen dan liever van een fermette.

 

Marc van Oostendorp