Vandaag is striptekenaar Marnix Rueb, de geestelijk vader van Haagse Harry, na een kort ziekbed overleden. Hij werd 59 jaar.

Rueb groeide op in de deftige Haagse wijk Benoordenhout. Begin jaren negentig – hij woonde toen inmiddels in de Schilderswijk – tekende hij voor het Haagse uitgaansblad Doen strips waarin Haagse Harry figureerde: een in trainingspak gestoken, van een ‘matje’ voorziene Hagenaar die ongezouten en in plat Haags zijn hart lucht over van alles en nog wat. In 1994 verscheen het eerste album over Haagse Harry: Kap nâh!! Ook buiten Den Haag was daar veel belangstelling voor; er werden 140.000 exemplaren van verkocht. Daarna volgden nog enkele albums, zoals Niet te wénag!!, Dachetnie!! en Krèg ut zuâh!!. Haagse Harry speelde ook een belangrijke rol in de Groen-geile scheuâhkalendâh.

Voor het Haags van Harry hanteerde Rueb een heel eigen fonetische spelling. Een ei schrijft hij bijvoorbeeld als è (plèn, gehèm), een r na een lange klinker als âh (dooâh, zuuâh), en na een korte klinker als g (hagt, zwagt). In een interview in Onze Taal uit 2002 zei hij daarover: “Er waren dan van die studenten Nederlands die zeiden dat het niet klopte, dat het dakje op die a overbodig was.”

De beginselen van de Haagse spelling legde Rueb samen met cabaretier Sjaak Bral vast in Ut groen-geile boekie (met “scheldwèzah”). Samen schreven zij ook een cursus Haags: Haags: de kugsus.

Een paar maanden geleden verscheen wat Ruebs laatste boek zou blijken te zijn: de Haagse vertaling van het beroemde voorleesboekje Nijntje aan zee, van Dick Bruna. Bij Rueb begint dat zo: “oppun dag zè vadâh plùis / wie gaat ’r met mèn mei / naah de dùinûh ennut stgand / en naah de graute zei.”