De op 5 juli overleden Gerrit Komrij was een eminente dichter, essayist, bloemlezer, literatuurcriticus, polemist, vertaler, prozaïst, tv-recensent, kinderboekenschrijver, Dichter des Vaderlands, bibliofiel, toneelschrijver, blogger en columnist. Daarnaast was hij een enthousiast lid van Onze Taal. “Met overtuiging” trad hij twee jaar geleden toe tot het comité van aanbeveling van de Stichting Vrienden van Onze Taal, en al eerder, in 1993, schreef hij speciaal voor het tijdschrift Onze Taal een gedicht:

 

 

DE TAALSMID

 

De klinker en de medeklinker zijn

De weke onderbuik en het korset.

Dichter is hij die, schijnbaar zonder pijn,

Het vormeloze in de steigers zet.

 

Zijn woorden, corpulent of slank van lijn,

Verenigen zich vloeiend tot couplet.

De moeiteloosheid, niet het rookgordijn,

Is zijn geheim. Met taal gaat hij naar bed.

 

De taal, van A tot Z, is zijn fles wijn.

Halfdronken wordt er, zomaar voor de pret,

Een kind verwekt, een epos of kwatrijn,

 

Of iets daartussenin, zeg een sonnet,

Terwijl de lezer onbekend blijft met

Zijn worsteling met spekvet en balein.