oppun dag zè vadâh plùis
wie gaat ’r met mèn mei
naah de dùinûh ennut stgand
en naah de graute zei

Zo begint de Haagse versie van Dick Bruna's wereldberoemde voorleesboekje Nijntje aan zee - in de Haagse vertaling van Marnix 'Haagse Harry' Rueb. Het boekje is gemaakt op initiatief van uitgeverij Bornmeer, die al meer Nijntje-vertalingen in streektalen verzorgde - Twents, Drents, Gronings, Brabants - en ook een vertaling in het Latijn.

Rueb moest zich bij het vertalen aan strenge richtlijnen houden. De nieuwe versie moest zo getrouw mogelijk zijn aan het origineel, met behoud van het metrum. Daardoor konden allerlei goed-Haagse synoniemen niet gebruikt worden, omdat die de rijmpjes te veel zouden verminken. Desondanks is alles omgezet naar keurig Haags - "nâh-nâh, riep vadâh plùis vebaas, dat heppie vlug gedaan" - op één woord na. Rueb: "Ik vond het echt jammer dat de naam ‘Nijntje’ niet vertaald mocht worden. Wat is er nou Haagser dan ‘Nèntjûh’?"

Bekijk hier een pagina uit Nijntje an zei.