Redactie Onze Taal

Sommige dingen lijken nooit te veranderen. Nog altijd is het overal in Nederland op gezette tijden knikkertijd. Als vanouds zijn kinderen dan in de weer met het verzamelen, ruilen en natuurlijk vooral in het potje mikken van bonkies, turtels en banaantjes – of hoe de knikkers tegenwoordig ook worden genoemd. Want de knikkerrage mag dan tijdloos zijn, de aanduidingen voor knikkers zijn dat niet. In 1993 inventariseerden Floris, Frank, Jasper en Kamiel Jansen in Onze Taal de namen voor knikkers, en ze concludeerden toen bijvoorbeeld dat de middelgrote knikker door niemand meer ‘stuiter’ werd genoemd, maar ‘bam’, ‘bom’ of ‘bonk’.

Hoe is dat nu, twintig jaar later? Heet een grote bonk nog steeds een ‘berebonk’? Welke aanduidingen zijn er verder om de grootte van de knikker mee aan te geven? En hoe zit het met de kleuren? Is een rode knikker nog altijd een ‘tomaat’? En de materialen? Is een zware knikker een ‘looier’? En het potje – heet dat nog steeds de ‘put’?

In Onze Taal willen we er volgend jaar aandacht aan schenken. Vandaar onze vraag: Hoe heten bij u in de buurt de knikkers van verschillende grootte, kleur en grondstof? En het doel waarop wordt gemikt? En niet te vergeten: de technieken; hoe noem je het als je je wijsvinger van achter je duim laat schieten? Of als je met een kromme wijsvinger tegen de knikker aan stoot? En wie weet zijn er ook specifieke namen voor tactieken, regels, speelveldjes en wat al niet.

Voor alle duidelijkheid: we zijn op zoek naar de aanduidingen die hier tegenwóórdig voor bestaan. Dus leg vooral ook uw oor te luisteren bij kinderen in uw omgeving. Wij zijn heel benieuwd naar uw inzendingen. Stuur ze naar knikkertaal@onzetaal.nl, of per post naar de redactie van Onze Taal (Raamweg 1a, 2596 HL, Den Haag), en vergeet niet uw woonplaats erbij te vermelden. Alvast veel dank!