Het komt niet vaak voor dat een academisch boek over taal onmiddellijk tot discussie in de krant leidt, maar de Antwerpse taalkundigen Kevin Absillis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof is het gelukt met hun boek De manke usurpator. Over Verkavelingsvlaams, dat 30 augustus verschenen is.

De Vlaamse kranten stonden er vol van. Allerlei schrijvers bemoeiden zich ermee: Geert van Istendael, Dimitri Verhulst en Stefan Hertmans. De schrijvers stelden zich stuk voor stuk op als hoeders van de cultuur - die volgens hen beschermd moest worden tegen die verderfelijke academici. Maar geen van hen geeft er blijk van ook maar één blik in het door hen zo verfoeide boek geworpen te hebben.

Dat die Vlaamse schrijvers zo reageren – dapper roepen dat je voor cultuur bent, maar niet eerst lezen waar het over gaat – is nou juist kenmerkend voor het intellectuele klimaat dat in De manke usurpator beschreven wordt (de titel verwijst naar het essay waarin Geert van Istendael indertijd de term Verkavelingsvlaams introduceerde en deze taal tegelijk 'een manke usurpator' noemde). Het is een klimaat van blind vertrouwen in een grotendeels uit Nederland afkomstige standaardtaal.

Wat de feitelijke situatie is – of die mensen die beweren zo voor Standaardnederlands zijn zelf eigenlijk wel de standaardtaal spreken, en hoe je eigenlijk bepaalt wat een norm is als die ook in Nederland steeds verandert – dat doet er kennelijk niet toe. Dat alle argumenten die de schrijvers zo triomfantelijk te berde brengen in het boek al worden besproken – er is niets wat erop wijst.

Totale verbanning

Zo zeggen de critici dat het standpunt van de auteurs van De manke usurpator alleen in schijn democratisch is. De geleerden beweren wel dat het eerlijker is om mensen niet te benadelen wanneer ze toevallig geen Standaardnederlands spreken, maar in werkelijkheid ligt het veel gecompliceerder! Door de standaardtaal niet op school aan te bieden, ontzeg je kinderen die van huis uit die taal niet meekrijgen de toegang tot die taal! En dat is nu eenmaal in onze samenleving de enige sleutel tot maatschappelijk succes!

De critici debiteren dit oeroude argument met een aplomb alsof het nooit eerder te berde werd gebracht, maar ze gaan voorbij aan het feit dat Jaspers het in het boek uitvoerig bespreekt. Hij wijst er daarbij op dat 'standaardtaal' spreken meestal geen waarde op zichzelf is: iemand die er niet bij hoort, kan nog zó zijn best doen, hij doet toch altijd alsnog iets verkeerd. Bovendien is de standaardtaal op de huidige arbeidsmarkt lang niet de enige taalvariëteit die voordeel oplevert. En tot slot: geen enkele auteur in De manke usurpator dringt aan op de totale verbanning van de standaardtaal uit het Vlaamse openbare leven of het Vlaamse onderwijs. Tegen al die tegenargumenten valt misschien weer wat in te brengen, maar dat doen de critici niet: ze negeren eenvoudig wat er gezegd is.

Onverstaanbaarheid

De manke usurpator zelf is een rijke verzameling opstellen over allerlei aspecten van de huidige taalsituatie in Vlaanderen. Er is aandacht voor het onderwijs aan Vlaamse kinderen en jongeren en het onderwijs aan vreemdelingen (zowel in Vlaanderen als in het buitenland), voor de taalpolitiek van de omroep, voor de empirische vraag of Verkavelingsvlaams tot onderlinge onverstaanbaarheid leidt, voor de geschiedenis van de standaardtaalbeweging in Vlaanderen en voor nog veel meer.

Alles bij elkaar geeft het boek een uitvoerig, goed geschreven en zeer interessant overzicht van de stand van zaken. De lezer raakt steeds meer gefascineerd door het dilemma waar het taalbeleid in Vlaanderen voor staat: de huidige, algemeen als te Noord-Nederlands ervaren norm verlaten? En wat dan? Een eigen, Vlaamse norm? Helemaal geen norm?

Parijs

Een van de interessantste hoofdstukken vind ik dat van Tom H.F. Smits die de situatie van het Nederlands vergelijkt met die van het Duits. Ook die laatste taal heeft meerdere centra: er is een Duits van Duitsland, maar ook een (Standaard-)Duits van Oostenrijk en een van Zwitserland. Daarnaast zijn er overal dialecten en bovendien binnen Duitsland nog een grote scheiding tussen noord en zuid en binnen Oostenrijk tussen oost en west. In het Duitse taalgebied lijkt dat allemaal veel minder problematisch dan bij ons: Oostenrijkers spreken Duits op hun eigen wijze, zonder dat dit leidt tot wenkbrauwengefrons over Verkavelingsoostenrijks of dappere Oostenrijkse schrijvers die op de bres springen voor de standaardnorm uit München of Keulen.

Van dat soort vergelijkende hoofdstukken had ik er wel meer willen lezen: hoe zit het bijvoorbeeld in Wallonië? Er wordt herhaaldelijk beweerd dat men daar zonder morren naar de Parijse norm richt, maar levert dit dan geen enkel probleem op?

Maar ook zonder dit alles is De manke usurpator een belangrijke bijdrage in een interessante taaldiscussie. Nu maar hopen dat de discussie in de kranten ook nog wat niveau kan krijgen.

Marc van Oostendorp

(Deze column is ook gepubliceerd op Neder-L.)

Kevin Absillis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof. 2012. De manke usurpator. Over Verkavelingsvlaams. De Academische Pers. ISBN 9789038220055. Prijs € 28,-