Marc van Oostendorp gaat tijdens de Poëzieweek in op vorm en inhoud van vijf gedichten uit het afgelopen jaar. Vandaag als vierde: 'je bent een bijl'
van Erik Jan Harmens, uit zijn bundel Open mond.


Als je over gedichten nadenkt, mag je over iedere klinker en iedere medeklinker nadenken. Bij, pakweg, het hoofdartikel van De Telegraaf zou het raar zijn om je af te vragen waarom er in de eerste zin zoveel v's achter elkaar staan. Bij een gedicht kan dat wel. Gedichten lezen is daarom vakantie nemen van gewoon lezen. Je hoeft je niet te bekommeren om wat de schrijver van je wil en of je het ermee eens bent. Je mag alleen zijn met een brok taal.

Veel liefhebbers zijn het erover eens dat Open mond van Erik Jan Harmens een van de beste bundels van het afgelopen jaar was. Hier is een van de gedichten in de bundel. Het gaat volgens mij over de b en de k:

 

je bent een bijl ik wil je likken
bekommerd om ooit ons

kouder dan mijn vader
al kankerlang onder de grond

als ik je aanraak zeg je au
op zo'n manier dat ik het wil verbinden

uiteindelijk sta je niet met lege handen
maar wat je vasthoudt wil je niet hebben

 

Ik geloof niet dat je je in zo'n gedicht moet afvragen waar het naar verwijst in ik het wil verbinden (het au zeggen?). Je moet er vooral naar luisteren.

De k klikt in de eerste regels het prominentst. Bijna alle belangrijke inhoudswoorden hebben die keiharde, kille medeklinker: likken, bekommerd, kouder, kankerlang, aanraak. En daarna, na het au, is het afgelopen. De toon wordt daardoor in de laatste drie regels zachter. Dat betekent natuurlijk niet: vrolijker, maar wel melancholieker, enkel en alleen door de afwezigheid van die k. Helemaal aan het eind keert dan de b terug die het begin zo onrustig opende (je bent een bijl): in verbinden en in het slotwoord hebben.

En daardoorheen speelt nog een ander klankthema. In elk van de vier strofen eindigt een van de regels op een woord dat min of meer rijmt op de andere strofen: ons - grond - verbinden - handen. In de verte klinkt daar ook de titel van de dichtbundel mee: Open mond. Om bijlen te likken of au te zeggen moet je trouwens ook je mond opendoen.

Heeft de dichter dit alles nu bewust zo bedoeld? Dat doet er niet toe. Of Erik Jan Harmens weet dat die k's daar staan te klikken, maakt niet uit. Ze staan daar, en ze klikken.