Tegenwoordig kun je enkel nog kiezen uit twee merken woordenboek: Van Dale en Prisma. Maar nog niet zo lang geleden was de keuze veel ruimer: tot in de jaren tachtig-negentig waren er ook nog woordenboeken van Kramers en Koenen en (in België, later ook in Nederland) Verschueren. Woordenboeken van naam, die een voor een zijn opgeslokt of opgeheven.

Maar in 1977 waren er dus nog minstens vijf merken die elkaar beconcurreerden. Die strijd tussen de woordenboeken wordt op een grappige manier in beeld gebracht in een filmpje dat de VRT (toen nog BRT) vandaag 35 jaar geleden uitzond: hierin slaan twee woordenboksers elkaar in de boksring om de oren met moeilijke woorden uit Van Dale en Verschueren: rododendron, antithese, discutabel, disponibel, etc. Van Dale wint het pleit uiteindelijk met een welgemikt maar onreglementair shit. Verschueren gaat knock-out.

Het filmpje doet je je afvragen of er in die dagen misschien een discussie gaande was over het opnemen van Engelse modewoorden als shit. Dat is goed mogelijk, want in de laatste editie van Van Dale vóór dit filmpje (uit 1976) staat shit nog niet, en in de eerstvolgende editie (uit 1984) wél. (shit: 1. waardeloze rommel; 2. heroïne of cannabis; 3. (zeer inform.) uitroep van afkeer.)

Raymond Noë