Vandaag werd bekend dat de Belgische striptekenaar Marc Sleen (1922-2016) is overleden. Hij tekende 45 jaar lang de stripreeks ‘De avonturen van Nero en Co’, die in verschillende Vlaamse kranten verscheen. Met deze strip heeft Sleen het Vlaamse Nederlands verrijkt.

Als eerste is er het woord dagbladverschijnsel. Dat is het beroep van hoofdpersoon Nero, en betekent dus eigenlijk ‘iemand die je in het dagblad tegenkomt’, en het wordt ook wel zo gebruikt, al is het vooral voor Nero zelf. Bekende uitspraken van hem zijn “Als ’t hier nog lang zal duren, zal ’t hier rap gedaan zijn” en “Wat ziet mijn lodderig oog”.

Niet verwonderlijk voor een Belgische strip, komt ook de tweetaligheid van het land er af en toe in terug. Zo ergert Nero zich vaak aan Meneer Pheip, die Frans en Nederlands door elkaar spreekt: “Tis ik er rien de knots van verstaan”, “Ah, de jeunesse van den tegenwoordig” en “Ah de Néron! 'T is kij ziet er fantastiquement formidable uit.”

Er is zelfs een heel album aan dat taaltje van Meneer Pheip gewijd, namelijk Het zevende spuitje. Als doctor professor Adhemar (de zoon van “teergeliefde vader” Nero) een verkeerd spuitje zet bij Meneer Pheip, gebeurt het onvoorstelbare: opeens spreekt Pheip algemeen beschaafd Nederlands. Van lange duur is die verandering niet, en Meneer Pheip is daar blij om: “Bien sur dat ik liever parleer als dat ik nu parleer. 'T is ik werd met dat beschaafd Nederlands overal aangezien veur ne flamingant.”

Maar ook Nero zelf vermengt als een echte Brusselse ‘ket’* het Nederlands en het Frans. Bij het afscheid nemen groette hij altijd met “Je suis chemin”, oftewel ‘Ik ben weg’. En dat heeft Marc Sleen nu ook gedaan.

• Erik Dams

* Wikipedia: Ketje of ket is een Brussels woord voor kind of jongen, meer specifiek een straatjongen.