Het app-contact met mijn jongste zoon bestaat voornamelijk uit zogeheten ‘tikkies’. Dat wil zeggen, híj stuurt ze (“fietsenmaker” “nieuwe tennisballen” of “patat” staat er dan bij), en ík betaal ze. Tot dusver niets aan de hand, afgezien dan van de vraag of het redelijk is dat ik zijn frituurverslaving moet betalen, hij krijgt immers zakgeld; maar soit.

Laatst was ik vergeten te betalen. Hij stuurde een appje: “kun je die tikkie nog even betalen?”

“Die tikkie?” Wat nou, die? “Ik betaal alleen als je er ‘dat tikkie’ van maakt, want ‘tikkie’ is onzijdig”, antwoordde ik. Het leek me een redelijke eis, en ik verwachtte dan ook dat hij zijn schandalige taalfout per ommegaande zou verbeteren, liefst vergezeld van een schaamrode smiley.

Maar helaas. De snotneus stuurde een linkje retour van de site Welklidwoord.nl. Daar stond het, zwart op wit: “De tikkie. Ook: deze tikkie, die tikkie”. Met open mond van verbijstering staarde ik naar mijn scherm. Daar kwam weer een berichtje: “Zo, amigo. Geen reactie?”, appte de blaag treiterig.

“Maar het klopt niet”, antwoordde ik. Waarop hij op zijn beurt riposteerde: “Waarom zou het niet kloppen? Waarom zou zo’n site foute info geven?” Ja, dat vroeg ik me ook af. Ik vroeg me nog wel meer af. Waarom weet mijn zoon van zo veel woorden het lidwoord niet? Hij heeft van zijn derde tot zijn zesde in Amerika gewoond, en ik heb een tijdje gedacht dat het dááraan lag. Maar ook zijn vrienden maken fouten in de lidwoorden. Toen ik jong was, gebeurde dat niet.

Kijken ze tegenwoordig te veel Engelstalige series? Zou dat het zijn? Of komt het door de invloeden van de straattaal, waarin het lidwoord het notoir ontbreekt? En dan was er ten slotte, ik wilde er liever niet aan denken, nog de gruwelijke mogelijkheid dat mijn zoon gelijk had, en ik ongelijk. Maar dat kon eigenlijk niet. Want ...

“Het kan niet kloppen”, appte ik. “Verkleinwoorden zijn altijd onzijdig. Echt altijd.” Zo, díe zat, maar in plaats van af te druipen antwoordde mijn zoon: “Ja, maar tikkie is geen verkleinwoord van iets. Tikkie is zijn eigen woord.” Het klonk poëtisch, maar het was onzin. Toch?

“Er is geen vergrootwoord van tikkie”, ging de snotneus voort. Domme jongen! “Jawel hoor. Tik”, antwoordde ik. Nu kreeg ik alleen maar een rijtje schaterlachende emoji’s terug. En vijf minuten later: “Mam, betaal die tikkie nou even.”

En dat heb ik, slappeling, toen nog gedaan ook.

 


Steun Onze Taal

Deze column uit het zomernummer van Onze Taal bieden we u gratis aan.

Lidmaatschap
Is taal ook voor u belangrijk? Overweeg dan lid te worden van Onze Taal. Daarmee ontvangt u niet alleen tienmaal per jaar ons tijdschrift, maar u helpt ons ook om plezier in en informatie over taal verder te verspreiden.