Opdracht: bedenk een vertaling voor ‘Hätte, hätte, Fahrradkette’

Bij de Duitse verkiezingen in 2013 koos de SPD de spreuk ‘Das WIR entscheidet’ als verkiezingsslogan. Met deze uitspraak – ‘Het wij bepaalt’ – werd grofweg uitgedrukt dat er een wij-gevoel moest zijn en dat het land niet ten onder moest gaan aan hebzucht en egoïsme.
De keuze was niet onomstreden, aangezien een uitzendorganisatie die slogan al sinds 2007 bleek te gebruiken. De SPD kreeg uiteraard de vraag of het partijcampagneteam de slogan niet eerst had moeten googlen – in het Duits: ‘ob man den Slogan nicht hätte googeln sollen’. Daarop reageerde SPD-kanselierskandidaat Peer Steinbrück met de uitspraak: ‘Hätte, hätte, Fahrradkette’. Steinbrück wilde zoveel zeggen als: ‘Dat had misschien gemoeten, maar daar is nu weinig meer aan te doen.’ (Zijn reactie was overigens ook niet origineel: deze spreuk kwam jaren eerder al eens voor in de tv-serie Stromberg.)
Wat zou een goede Nederlandse vertaling zijn, liefst ook rijmend, van ‘Hätte, hätte, Fahrradkette’?

Ingezonden suggesties van lezers (waaronder veel dialectvarianten):

  • A mijn tante wielkes g(eh)ad, ’t wa(s) nen auto.
  • A je zuster e perlut, twa je broere.
  • Aak zaa de kroe en ze vloog weg.
  • Aan ‘hádden’, ‘hébben’ we niks!
  • Achteraf-gezwets-geklets
  • Ak en zoede zijn van dezelfde oede.
  • Als ‘hadden’ komt, komt ‘hebben’ te laat
  • Als as meel was en stront stroop, dan aten we elke dag pannenkoeken.
  • Als dan, als dan, snelkookpan.
  • Als de as breekt, valt de karre.
  • Als de hemel invalt [of valt], zijn alle mussen dood
  • Als de locht invalt, dan zijn de musschen allemaal dood
  • Als de lucht invalt ... donderen al de mussen op uw hoofd
  • Als de lucht invalt, dan kunt ge er uw hoofd doorsteken en ginder piep roepen
  • Als de lucht invalt, dan loopen wij allen met eene blauwe muts
  • Als de lucht invalt, hebben we allemaal een blauwe muts
  • Als de lucht invalt, zijn alle mussen dood (2x)
  • Als de wind valt zèn al de musn doeëd
  • Als er hadden staat, is hebben te laat.
  • Als had(de) komt, is heb(be) weg (Mijn Veluwse moedertje zegt dit altijd)
  • Als hadden er is, is hebben te laat
  • Als hadden geweest is, is hebben te laat.  (6x)
  • Als hadden komt, is hebben te laat (11x)
  • Als hebben komt, is hadden te laat.
  • Als ik die nou had, die nou had, zwarte kat.
  • Als mijn grootmoeder wieltjes had, was het een karretje.
  • Als mijn kat een koe was, gaf ze melk
  • Als mijn kat een koe was, kon ik ze melken achter de stoof.
  • A(l)s main matant treemels hâ, was ’t een krêmkèrken.
  • Als mijn tante kloten had, dan was ze mijn nonkel.
  • Als mijn tante kloten had, moest ik er nonkel tegen zeggen.
  • Als mijn tante wielen had, was ’t nen tram.
  • Als mijn tante wielen had, was het een kruiwagen
  • Als mijn tante wieltjes had, was ze een caravan.
  • Als m’n tante wielen had, dan was ze een autobus.
  • Als ons kat een koe was, hadden we alle dagen verse melk
  • Als, als, asfaltwals
  • Als, als, dat klinkt vals ...
  • Als, als, flessenhals (2x)
  • Als, als, m’n tante die zingt vals
  • Als, als, pletwals
  • Als, als, poep aan je hals.
  • Als, als, Weense wals (2x)
  • Als, had, bubbelbad!
  • Ao’k zei de puit en hij hangdege mee zijn kluuëdn aan ’t eis gevroozn.
  • As is verbrande turf. / As, as … as is verbrande turf / As, as, as: as is verbrande turf (13x)
  • As(ch) is verbrand hout
  • Asch is verbrand hout en kolen is vinkhout
  • Ass(ch)en is verbrand hout en verbrand hout zijn vervunkte kolen
  • Asse?.. Asse?.. Asse?.. Asse zien verbrande kaole!! (‘Asse’ betekent ‘als je’, ‘asse’ betekent eveneens ‘as’ in het Venlose dialect. Dus: je goede raad stelt niets voor, niet meer dan verbrande kolen!)
  • Assen is verbrand hout, en törf is geen half hout.
  • As de as brekt, vult de kaar.
  • As leit booven d’Ha. Èn Mèrchten leit in ’t murn
  • As main matant kloeittes hâ, was ’t een noenkelken.
  • As men tant kloête há, war ’t menne nónk gewiest.
  • As min skoonmoedre wielkies a, teus was ’t nen tram.
  • As ons kat een koei weër, dan koste we z’onder de stouf mèleke
  • As, as, as… m’n taant börre ha wór het ’ne kruwaogel.
  • Aswe aswe aswe (pauze) haddewe haddewe haddewe
  • At’ie en zout’ie waren twee broers en ze ’n kosten malkander nie
  • Auk auk auk ... zegt de puij!
  • Dat is pech, fiets weg
  • Eigenlijk moest, eigenlijk moest; niets gedaan, ketting verroest
  • Esprit de l’escalier (om de ondertoon van ironie beter te laten weerklinken)
  • Gedane zaken nemen geen keer (3x)
  • Gehad, gedaan, gaan met die banaan
  • Gehad, gehad, gehatseflats
  • Gehad, gehad, het fietsrad
  • Gemoeten, gemoeten? Zweetvoeten!!
  • Haa je nie geetn, j’ en haa nie gesjheetn
  • Haa mien tante e wiel héd, ’t was e kortewaagn
  • Haa mien tante klootn héd, ’t was mien noenkel,
  • Haa mien tante wieln héd, ’t was e kiendervateure
  • Had de kat dat eer geweten, dan had ie vast wel meer gescheten.
  • Had gemoeten had gemoeten, het is nu te laat om te zoeken.
  • Had gemoeten krijgt de groeten.
  • Had gemoeten, gemoeten .... ? Doe je grootje de groeten!
  • Had gemoeten, had gemoeten, doe de groeten
  • Had gemoeten, had gemoeten, doe uw moeder maar de groeten
  • Had gemoeten, had gemoeten, ga maar fijn je kat begroeten
  • Had gemoeten, had gemoeten, ja ... de groeten
  • Had gemoeten, had gemoeten, koude voeten
  • Had gemoeten, had gemoeten, lazer op of kus m’n voeten!
  • Had gemoeten, had gemoeten, zomersproeten
  • Had gemoeten, hoge boete!
  • Had gemoeten, ja de groeten
  • Had gemoeten, nu maar boeten
  • Had gemoeten, oude route.
  • Had gemoeten, zomersproeten. (2x)
  • Had gemoeten? niet langer wroeten!
  • Had gemoeten? Nou, de groeten!
  • Had gemoeten?! nù niet meer wroeten!
  • Had had ladderzat
  • Had had, zak patat
  • Had ik (je, hij) maar, klapsigaar
  • Had ik hei gegeten, ik had bessems gescheten.
  • Had ik maar, klapsigaar!
  • Had ik maar, was ik maar, vette pech en lepelaar
  • Had ik maar, was ik maar, vette pech en ooievaar (2x)
  • Had ik maar ... kandelaar
  • Had ik maar ... ’t is nu klaar
  • Had ik moeten doen, en toen?
  • Had ik moeten doen, poepen in een oude schoen
  • Had ik, had ik, klokkengetik.
  • Had je maar, had je maar, had je maar een klapsigaar.
  • Had je, had je, aan m’n gatje!
  • Had je, had je, bierkratje
  • Had je, had je, kinderbadje
  • Had je, had je, voorbij padje.
  • Had je, patatje.
  • Had maar beter, hoogtemeter
  • Had maar, had ik maar, had ik maar toen daar
  • Had maar, had maar, levensvatbaar
  • Had maar, had maar, onomkeerbaar.
  • Had mijn tante kloten gehad, dan was ze mijn nonkel.
  • Had misschien gemoeten, geef me maar een boete
  • Had ons kat een koe geweest, we konden ze melken onder de stoof
  • Had, had, acheraf kijk je een koe in z’n gat
  • Had, had, achteraf kijk je een koe in z’n gat
  • Had, had, babybad
  • Had, had, bubbelbad
  • Had, had, chasse patate.
  • Had, had, fietspad.
  • Had, had, fietstandrad
  • Had, had, het is nu van dat.
  • Had, had, Kattegat
  • Had, had, kettingblad.
  • Had, had, kijk een koe in z’n gat.
  • Had, had, klaverblad (Hiermee wil ik uitdrukken dat iets eigenlijk had gemoeten, maar dat dat nu te laat is. Daarnaast ontbeert de spreker in zo’n situatie ook een beetje geluk (anders was hij er misschien wel mee weggekomen). Daarom zegt hij ook zoveel als: ‘Had ik maar een klaverblad gehad, dan had je nu geen lastige vragen gesteld.’)
  • Had, had, liever goed gejat!
  • Had, had, reuzenrad
  • Had, had, rijwielpad (2x)
  • Had, had, rook en zwavel op mijn pad (Met dank aan Maarten Toonder)
  • Had, had, so what!
  • Had, had, spijt aan m’n gat
  • Had, had, spijt op de lat
  • Had, had, tafelblad
  • Had, had, wandelpad
  • Had, had, waterrad.
  • Had, had, zak patat.
  • Had, had, zwarte kat (afgeleid van ‘Watte, watte, zwarte katte’. )
  • Had, had, lapjeskat.
  • Had, had, reuzenrad
  • Had? Had? Had was al een gat!
  • Had? Had? Hadden jullie maar!
  • Hadden geweest, Hebben gehad!
  • Hadden hadden is niet hebben (niet zelf verzonnen, maar heel gebruikelijk in mijn omgeving)
  • Hadden komt als hebben geweest is. (2x)
  • Hadden moeten hadden moeten, dwergen hebben kleine voeten
  • Hadden moeten, wintervoeten
  • Hadden moeten, zomersproeten
  • Hadden moeten? De groeten!
  • Hadden we dat gedaan, dan was het niet zo gegaan
  • Hadden we dit, hadden we dat, dát hebben we nu wel gehad!
  • Hadden we maar, hadden we maar, klapsigaar.
  • Hadden we maar, hadden we maar, ooievaar (of: Had ik maar, had ik maar, ooievaar)
  • Hadden, hadden, bij de kladden
  • Hadden, hadden, dode padden. (Dat geeft m. i. ook de wreveligheid goed weer die uit het Duitse equivalent spreekt. De padden zijn dood, er is niets meer aan te doen!)
  • Hadden, hadden, donderpadden (2x)
  • hadden, hadden, fiets bekladden
  • Hadden, hadden, fietsen op de Wadden.
  • Hadden, hadden, hadden, jutten op de Wadden.
  • Hadden, hadden, landschildpadden (2x)
  • Hadden, hadden, nogal gladde
  • Hadden, hadden, rugstreeppadden
  • Hadden, hadden, soepschildpadden
  • Hadden, hadden, zeeschildpadden
  • Hadden, moeten, zomersproeten.
  • Hadden, moeten: wintersproeten! (De significantie van sproeten is ’s winters nauwelijks meer aan de orde, die waren afgelopen zomer relevant. Met andere woorden “hadden en moeten doen er nu niet meer zo toe”.)
  • Hadden, hadden, containers op de Wadden.
  • Had-je, had-je, keukenmatje
  • Hadjemaar, hadjemaar, peddelaar
  • Hakken, hakken, pisbakken
  • Hebben, gehad, nu alleen een kettingslot: fiets gejat.
  • Helaas pindakaas / Helaas, helaas, pindakaas (15x)
  • Iedereen kan een koe in haar reet kijken
  • Ja as we maar, as is verbrande turf
  • Ja, ja, chachacha.
  • Ja, ja, koeienvla.
  • Jammer, maar helaas!
  • Kogellagers kogels vogels.
  • Kutjepiel, fietsventiel
  • Kzou, kzou, in het nauw
  • Maazel lêit onner As èn ’t berêigert nog
  • Mocht mijn tante kloten hebben, was het mijn nonkel.
  • Moest, moest, oud ijzer is oud roest
  • Moest, moest, vastgeroest.
  • Moet je doen, poep op de schoen (Schoot me zo direct te binnen dat ik me nu afvraag of het niet een al bestaande kreet is ... Poep op je schoen bekt minder goed)
  • Moeten, moeten (’k weet van) blazen noch toeten
  • Moeten, moeten, beblaarde voeten
  • Moeten, moeten, de fietsroute!
  • Moeten, moeten, de groeten
  • Moeten, moeten, de paus moet ook
  • Moeten, moeten, meeregeren is van moeten!
  • Moeten, moeten, zomersproeten (2x)
  • Moeten, moeten? Aleoeten!
  • Moeten, moeten? Chantal Janzen, die heeft sproeten!
  • Moeten, moeten? De groeten!
  • Moeten, moeten-koude voeten
  • Moeten, moeten, iets doen aan je zweetvoeten
  • Moeten, moeten, slagroomsoezen
  • Niet gebeurd, niet getreurd
  • Niet gedaan, kans vergaan
  • Nou, nou, watjekou
  • Nou, nou, poesjemouw.
  • Oad den boer nie gescheetn, de stroppen oan gien eten
  • Oa’k zei de puit, en hij sprong in ’t woater.
  • Oatie en toatie waren twee broers
  • Ook al wordt er gezeurd, gebeurd is gebeurd.
  • Ook indien betreurd blijft gebeurd gebeurd.
  • Te laat, te laat, gekkenpraat!
  • Van had moeten krijg je zweetvoeten!
  • Waarom? Daarom!
  • We hadden, we hadden, soepschildpadden
  • Weet je wat het is, het is meer water dan vis (in West-Friesland vond mijn echtgenote deze vrije vertaling)
  • Wie haaje kwaam, waas höbbe weg (letterlijk: “Toen ‘hadden’ kwam, was ‘hebben’ weg”, ofwel: zodra je zegt ‘had ik maar’ is het te laat. Mij schoot onmiddellijk deze (Midden-)Limburgse variant te binnen, die ik in mijn jeugd heel vaak te horen heb gekregen.)
  • Zou moeten, zou moeten, treinemetoeten
  • Zou moeten?, zou moeten? Ja daag, de groeten!
  • Zou zus, zou zo, zou sowieso.
  • Zou, wou en nu heb je berouw
  • Zou, zou poesjemauw
  • Zou, zou, berenklauw (2x)
  • Zou, zou, je zet ons in de kou
  • Zou, zou, kabeltouw.
  • Zou, zou, koppiekrauw.
  • Zou, zou, loop je blauw
  • Zou, zou, speld het maar op m’n mouw
  • Zou, zou, vinkentouw
  • Zou, zou, watjekouw (4x)
  • Zou, zou, weefgetouw.
  • Zou, zou, winterkou
  • Zou, zou, zoetekauw!
  • Zou? Zou? Poep aan je mouw! (Vrij naar Jeroentje uit Jan, Jans en de kinderen)
  • Zouden, zouden, neusverkouden!
  • Zouden, zouden, sprookjeswouden.
  • Zouen, zouen, bèk houwen!

Welke suggestie heeft uw voorkeur? U kunt uw oordeel achterlaten (en eventueel toelichten) in de reacties onderaan dit bericht.

Deze opgave van Nederland Vertaalt stond op 17 januari 2019 op de Onze Taal Taalkalender 2019.
Ook de kalender van 2020 bevat weer veel uitdagende vertaalopgaven; die kalender is hier te bestellen.

Naar het overzicht van vertaalopgaven.