Gistermiddag, 3 mei, hield taalkundige Marc van Oostendorp zijn laatste lezing aan de Universiteit Leiden. Het ging over het belang van taal, over waarom het vak taalkunde zo uniek is en waarom iedereen taalkundige zou moeten willen zijn.

Over taal: "Taal is belangrijk, want het zit in alles. En veel dingen bestaan zelfs enkel dankzij de taal. Met het uitspreken van een zin kun je direct een actie uitvoeren (bijvoorbeeld je verontschuldigingen aanbieden), zonder het bestaan van taal bestonden veel begrippen niet (je zus zou wel een partner gevonden kunnen hebben, maar je zou het nooit over 'je zwager' hebben gehad), en een blauw briefje met '20' erop zou niks waard zijn. Door taal kunnen we direct en indirect communiceren, denken, dingen verbinden in ons hoofd, een gemeenschap vormen met anderen en iets aan de wereld veranderen. Bovendien brengt taal veel plezier in ons leven!"

Over het vak taalkunde: "En dan is er ook nog het vak taalkunde. Ook als er iets bestond dat even belangrijk was als taal, zou ik taalkunde zijn gaan studeren. Het vak leert je op verschillende manieren na te denken. Er zijn zoveel dimensies aan taal, dat je als taalkundige vanzelf gedwongen wordt om ieder probleem op diverse manieren te bekijken. Neem het verschil tussen de s- en de z-klank. Je kunt daarover zeggen dat de s stemloos is, en de z stemhebbend. Maar ook dat sommige mensen wel een duidelijk verschil tussen de twee klanken kunnen maken en horen, en andere niet. En dat een bepaalde uitspraak bij een bepaald dialect hoort (typisch Amsterdams is: 'De son in de see sien sakken')."

En waarom zou je taalkundige willen zijn? "Niet omdat het leuk is of interessant – al is dat allebei ook waar –, maar omdat het vreselijk belangrijk is dat de mens de taal begrijpt waarmee hij zo is vergroeid. De vraag is dus eerder waarom er mensen zijn die geen taalkundige willen zijn."

De lezing werd georganiseerd door de studieverenigingen T.W.I.S.T. (voor studenten taalwetenschap) en Nieuw Nederlands Peil (voor studenten Nederlands).