Een woord is pas echt een woord als het in het woordenboek staat. Althans, dat is een opvatting die je vaak hoort. Woorden die niet in de Van Dale staan, worden niet helemaal voor vol aangezien. Ergens een wat vreemde gedachte, want behalve bij Scrabble zijn ‘onofficiële’ woorden net zo bruikbaar als de officiële. Toch hebben veel mensen daar een net iets ander gevoel bij, en waarschijnlijk is het dáárom dat er om de zoveel tijd een actie wordt opgezet om een bepaald woord het woordenboek in of uit te krijgen. Meestal gebeurt dit vanuit de gedachte dat opname in het woordenboek een erkenning betekent van een gewenst dan wel ongewenst maatschappelijk verschijnsel. Zo zijn er acties geweest om turk en neger uit de Van Dale te verwijderen, en, omgekeerd, een actie om noos (‘niet kunnende ruiken’, een tegenhanger van blind en doof) er juist ín te krijgen. En soms zijn er ook actiegroepen die het gewoon leuk vinden als een bepaald woord het woordenboek zou halen, zoals beurtbalkje, lullerik en, recentelijk, dyugudyugu.

Maar hoe die actiegroepen en belangenverenigingen zich ook inspannen, veel helpen zal het niet, want woordenboeken hebben simpele vuistregels voor hun opnamebeleid. Nieuwe woorden mogen het woordenboek pas in als ze met een bepaalde frequentie in het Nederlands voorkomen, en het kan even duren voor die frequentie bereikt is. Op de website van het tijdschrift Wired is nu een infographic te zien die een idee geeft van hoelang sommige Engelse woorden wel niet moesten wachten om opgenomen te worden in het woordenboek. Zo heeft autoeroticism er 113 jaar over gedaan om de Oxford English Dictionary (OED) te halen. Maar muffin top (‘lovehandles’ of 'zwembandjes') deed er slechts 8 jaar over.

Het is overigens wel zo dat woorden tegenwoordig sneller geaccepteerd raken dan vroeger. Dat bleek uit een onderzoek dat is uitgevoerd aan de universiteit van het Italiaanse Lucca. Uit dit onderzoek bleek ook dat je pas een jaar of veertig na de geboorte van een woord kunt zeggen of het beklijft of niet.

Als je die statistieken bekijkt over hoelang sommige woorden erover doen om opgenomen te worden, dan is die opname misschien toch een hele prestatie. En misschien is het daarom dat vooral Engelstalige woordenboeken – Van Dale en Het Spectrum doen dat opvallend genoeg eigenlijk nooit – bij iedere nieuwe editie weer een enthousiast persbericht versturen over welke woorden er nu weer in de kolommen zijn opgenomen. Het recentste voorbeeld hiervan is de opname van het Australische woord bogan (soort Australische aso) in de OED. En met die mediaoffensiefjes stimuleren ze dan weer die overtuiging van het grote publiek dat woorden pas echte woorden zijn als ze in het woordenboek staan.

Raymond Noë