Iedere twee jaar organiseert Intersteno (een internationale beroepsvereniging voor iedereen die met gesproken of geschreven tekst werkt) een congres. De editie van 2015, in Boedapest, is net afgelopen. Tekstwerkers aller landen spraken er over hun werk: hoe gaat het er wereldwijd aan toe in parlementen, rechtszalen en op andere plekken waar betrouwbare tekstverwerking heel belangrijk is? Hoe kan nieuwe technologie daarbij helpen?
Een tot de verbeelding sprekend onderdeel van het congres is het ‘WK tekstverwerken’, waarin honderden mensen in verschillende disciplines – zoals audiotranscriptie, steno en tekstcorrectie – laten zien wat ze waard zijn. Deru Schelhaas, verslaglegger in de Tweede Kamer, deed namens Nederland mee aan de wedstrijd ‘zo snel mogelijk overtypen’ en doet verslag.

Gedachteloos rammen
Het is zondagmorgen 9.00 uur. Het is 34 graden en in de aula van de Corvinus-universiteit aan de oevers van de Donau nog een paar graden meer. Voor mij en de 204 andere deelnemers ligt een envelop. Het is ten strengste verboden om die te vroeg aan te raken.

In die envelop zit een geprinte tekst die we na een fluitsignaal zo snel mogelijk moeten overtypen. Het WK Text Production is de marathon onder de wedstrijddisciplines: in een halfuur een tekst reproduceren met minimaal 360 aanslagen per minuut en maximaal een kwart procent aan fouten. Foute aanslagen leveren puntenaftrek op.

Die opgave is even simpel als verraderlijk. Snel overtypen lukt alleen op het snijvlak van nauwkeurig lezen en gedachteloos rammen. Je laadt de woorden in het werkgeheugen van je hoofd terwijl je vingers op de vorige regel nog achter je aan lopen. Wie te snel start, houdt het niet vol, wie te veel foute aanslagen corrigeert, is te langzaam en wie te veel fouten laat staan, wordt gediskwalificeerd. Steeds is er het gevaar van concentratieslapte en verzuurde spieren.

Iedereen kan typen, toch?
Blind typen met tien vingers leerde ik vorig jaar pas, omdat dit handig is voor mijn werk: ik typ vele duizenden woorden per dag. Daarvoor gebruikte ik eerst zes vingers, of vier; ik weet niet meer zo goed hoe ik het deed. Wel dat ik altijd bang was dat ik last zou krijgen van mijn vingers, schouders en nek. Nu zit ik er meer ontspannen bij, maak ik veel minder fouten en vind ik het raar dat ik dat niet eerder kon.

Het is typisch Nederlands om niet veel waarde te hechten aan een goede typvaardigheid: iedereen die met een computer werkt, kan ook typen, toch? In landen als Tsjechië, Turkije en Japan wordt het veel serieuzer genomen. Die achterstand is ook niet meer in te halen. Na mijn eerste jaar met tien vingers mag ik blij zijn met 360 aanslagen per minuut. De besten zullen er vandaag meer dan 650 typen, onder wie ook jongetjes en meisjes van 15 jaar. Ze zijn actief in typclubs als ‘All Japan Typists’ en ‘Toptypers Brugge’.

Gemuteerde toetsenborden
Op dit WK zijn technologische hulpmiddelen overigens geen taboe. Sterker nog, hier worden ze gevierd. Bedieners van gemuteerde toetsenborden vormen een aparte categorie. Zoals de velotype, een Nederlandse uitvinding waarmee via toetscombinaties in één aanslag hele lettergrepen getypt kunnen worden, tot wel 800 aanslagen per minuut. Dat is handig voor bijvoorbeeld live simultaan ondertitelen. En vijf deelnemers werken met spraakherkenning. Zij dragen geluidsdichte inspreekmaskers, zodat niemand er iets van hoort.

Mijn toetsenbord voelt na twintig minuten typen alsof het met roomboter is ingesmeerd. Er lopen zweetdruppels over mijn hoofd die ik niet weg kan vegen. Ook worstel ik met de velletjes papier. Hoe sla je die om met zo min mogelijk handen? In deze digitale omgeving blijken de analoge uitdagingen nog het grootst.

Met zo veel typbeesten in de zaal klinkt het gestamp over de toetsen opvallend vredig. Dat maakt heel snel typen lekkerder dan ik toe zou willen geven: proberen een cadans te vinden, dan in trance wegglijden, strevend naar het onhaalbare, want natuurlijk zou iedereen hier die vervloekte tekst het liefst in één greep met duizenden vingers tegelijk op het scherm krijgen en aan de Donau limonade gaan drinken.

-----------------------

De wedstrijd werd gewonnen door Celal Aşkın uit Turkije, met 695,9 aanslagen per minuut. Deru werd 49e. Alle resultaten zijn hier na te lezen. Het Intersteno-congres werd van 18 tot en met 24 juli voor de vijftigste keer gehouden. Het eerste congres, in 1887 in Londen, was bedoeld voor beoefenaars van het kortschrift. Nu richt Intersteno  zich op informatieverwerking in brede zin. Tijdens het congres komt ook IPRS, een verband van parlements- en andere verslagleggers, samen om ontwikkelingen op het vakgebied te bespreken en ervaringen te delen.

De foto's zijn van Michiel Haanen.