Zelfs de ChristenUnie is sinds kort van het recht-door-zeeë taalgebruik. "Kletskoek, om het in uw taal te zeggen", voegde fractieleider Arie Slob zijn PVV-collega Wilders vorige week toe in een tv-debat direct na de Troonrede. Wilders leek er even niet van terug te hebben.

Kees van der Zwan | 22 september 2009

Zou het dan inderdaad werken, dat onomwonden taalgebruik? Je zou het wel denken. Neem alleen al Wilders zelf. Als absolute kampioen van de verbale straatvechterij staat hij al een tijdje huizenhoog in alle peilingen. Een minister "knettergek" noemen, collega's uitmaken voor "lafaards", en tegenstanders voor "VPRO-types met designbrillen" - kennelijk levert het wat op.

Dimmen

Toch klonk er onlangs ook een ander geluid. Uit onderzoek van Jan Renkema en Brigit Kolen van de Universiteit Tilburg bleek dat politici die ruwe taal gebruiken dan wel lekker scoren, maar tegelijk ook minder serieus genomen worden dan hun wat rustiger formulerende collega's. En voor de goede orde: er deden niet alleen ouderen mee aan het onderzoek, maar ook jongeren. Sterker nog: zelfs meer jongeren dan ouderen.

Politici die vooral vertrouwd willen worden en zich niet alleen willen laten leiden door de peilingen, zouden dus juist een beetje moeten inbinden ('dimmen', in de fameuze woorden van Jan Marijnissen in de Kamer) met hun taal. Hoe zouden ze dat kunnen doen?

Oliekranen

Ze zouden bijvoorbeeld het jongste nummer van Onze Taal eens kunnen opslaan. Daarin staat een stuk van Ruud van der Helm over de taal van de diplomaat. Want je zou het misschien bijna vergeten in deze tijd van talig hooliganisme, maar er bestaat ook nog zoiets als subtiel zoeken naar de fluwelen formulering die iedereen in zijn waarde laat.

Zulke vormen van taalbehendigheid zijn in de diplomatieke wereld hard nodig. Landen hebben belang bij vriendschap met andere landen, maar willen tegelijk ook hun eigenheid verdedigen. Neem Nederland. Dat ziet natuurlijk graag dat zekere oliekranen open blijven, maar zal in de woestijn tegelijk ook moeten uitleggen waarom homo's hier met elkaar mogen trouwen.

Verzachten

Wat voor taalgereedschap heeft de diplomaat zoal beschikbaar in dit soort gevallen? Het belangrijkste is het eufemisme, de verzachtende manier van spreken. Een dreigende hoogoplopende ruzie wordt gesust door te verklaren dat het om 'een zakelijk verschil van inzicht' gaat. Moeizame onderhandelingen heten dan 'het gladstrijken van de laatste plooien', en blunders rechtzetten 'een misverstand uit de wereld helpen'.

Andere typische diplomatieke verzachtingen zijn bijvoorbeeld 'ongelukkig met de uitkomst' ('woedend'), 'niet gebaseerd op feiten' ('een leugen'), of 'niet voldoende doordacht' ('slecht, onbruikbaar').

Very sorry

Een diplomaat moet ook goed kunnen goochelen met quasi-synoniemen. Ooit botste een Amerikaans spionagevliegtuig boven China tegen een Chinees jachtvliegtuig. China was boos, hield de Amerikaanse vliegers gevangen, en eiste excuses, maar Amerika wilde niet zo diep door het stof. Na uitputtend diplomatiek overleg kwam er een compromis uit de bus. Amerika zou in de verklaring 'sorry' vervangen door 'very sorry'. Probleem uit de wereld.

Maar in de Kamer is dit soort subtiele woordenwegerij vooralsnog dus even niet zo in de mode. Van Arie Slob kun je je misschien nog wel voorstellen dat hij een plan 'minder constructief' noemt als hij het in feite grote onzin vindt, maar van Wilders? Nee. Die zal sneren over 'met meel in de mond spreken'. En het allemaal kletskoek vinden.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal