Waar komt de uitdrukking aan de bak komen vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Aan de bak komen betekent 'de kans krijgen om iets te doen' en ook 'de kans krijgen om te laten zien wat je kunt'. Daaruit ontwikkelde zich de betekenis 'werk vinden'. Aan de bak! komt ook als aansporing voor in de betekenis 'aan het werk'. Soms wordt dit gezegde nog versterkt met vol: 'We moesten vol aan de bak.'

Het woord bak gaat hier volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) terug op de houten balie waarin de warme maaltijd voor de schepelingen werd opgediend. Balie betekent hier niet iets als 'loket', maar het is een oude benaming voor een houten kuip of kom.

Marc De Coster vermeldt in zijn Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002) dat een bak een oude zeemansterm is voor een grote houten kuip of kom waarin de warme kost voor een groepje matrozen van zes tot acht man werd opgediend. 

In het spreekwoordenboek van Carolus Tuinman uit 1726 staat: "Niemand kan een slag aan den bak krygen. Dit zegt men, als ymand alleen zo veel snaps ['praats'] heeft, dat hy anderen geen beurt laat om ook te spreken. ’t Zal ontleent zyn van de gortbakken in de groote schepen, die zo omzet zyn, dat’er niemand meer met zynen lepel by kan. Gemeenlyk zyn’er zeven aan een bak."