Wat is juist: een allochtoon gezin of een allochtoons gezin?

Allochtoon heeft de voorkeur. Allochtoons komt wel voor, maar is volgens Van Dale (2015) "spreektaal".

Allochtoon kan een zelfstandig naamwoord zijn (de allochtoon), maar ook een bijvoeglijk naamwoord (een allochtoon gezin). Doordat allochtoon vooral in gebruik raakte als zelfstandig naamwoord, ontstond het 'nieuwe' bijvoeglijk naamwoord allochtoons. Door een s aan een zelfstandig naamwoord te plakken, kun je immers van zelfstandige naamwoorden (én van aardrijkskundige namen) een bijvoeglijk naamwoord afleiden: school - schools, winter - winters, Jood - Joods, Rotterdam - Rotterdams.

Toch vinden veel Nederlandstaligen een allochtoons gezin, de allochtoonse gemeenschap en een allochtoonse buurvrouw niet mooi klinken. Een allochtoon gezin, de allochtone gemeenschap en een allochtone buurvrouw zijn gebruikelijker vormen. (Wel gaat daaraan de vraag vooraf of allochtoon de juiste woordkeuze is. Zie ook het advies over het woord allochtoon.)

Er zijn verschillende categorieën woorden die als zelfstandig én als bijvoeglijk naamwoord kunnen optreden. Allochtoon behoort tot de groep 'persoonsaanduidende woorden die uit een vreemde taal afkomstig zijn'. Enkele andere voorbeelden:

  • crimineel: crimineel gedrag; 'Jack the Ripper was een crimineel'
  • katholiek: een katholiek weeshuis; 'Reve was een vroom katholiek'
  • liberaal: een liberaal uitgangspunt; 'Wil de echte liberaal nu opstaan?'
  • intellectueel: een intellectueel kat-en-muisspel; 'Ik ken geen enkele echte intellectueel'
  • autochtoon: een autochtoon gebruik; 'Ik ben geen autochtoon; ik ben een wereldburger'

Het bijvoeglijk naamwoord autochtoons staat ook in Van Dale, eveneens met de toevoeging "spreektaal". De meeste taalgebruikers zullen ook in dit geval kiezen voor bijvoorbeeld een autochtoon gezin en de autochtone gemeenschap.