Waar komt de uitdrukking als de wiedeweerga vandaan en wat wordt ermee bedoeld?

Als de wiedeweerga betekent 'meteen, bliksemsnel'.

Wiedeweerga bestaat uit wiede (een woorddeel dat alleen voor het ritme is toegevoegd) en het zelfstandig naamwoord weerga. Weerga (in het Middelnederlands wedergade) betekende oorspronkelijk 'evenbeeld, gelijk exemplaar'. Het woord kwam al vroeg voor in contexten waarin de nadruk werd gelegd op een uniek feit. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands citeert bijvoorbeeld een bron uit de veertiende eeuw: "een gestuuf dat niemen Dies wedergade en hadde ghesien" ('een overhaaste vlucht zoals niemand die ooit had gezien'). De uitdrukkingen zonder weerga ('uniek') en zijn weerga niet kennen ('niet te vergelijken zijn met iets anders') waren al bekend in de zeventiende eeuw. Weerga komt ook nog voor in weergaloos ('ongeëvenaard').

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) werd weerga in de loop van de tijd in verscheidene uitroepen en verwensingen op dezelfde manier gebruikt als bijvoorbeeld bliksem, donder en duivel. Naast Wat bliksem!, Wat duivel! en Wat donder! ontstond dus ook de uitroep Wat weerga!, mogelijk als eufemisme voor uitroepen met bliksem en weerlicht. Zo schreven Betje Wolff en Aagje Deken in 1784: "Wat weerga, Wyf, (zei hy,) ben je nou heel-en-al mal?" en "Wees jy niet bedroefd, Moeder: dat mag ik om de weergae niet zien."

Het WNT geeft bij als de wiedeweerga aan dat deze uitdrukking vergelijkbaar is met bijvoorbeeld als de weerlicht, als de duivel en als de bliksem. Daarnaast neemt het WNT naar de wiedeweerga op, dat 'naar de maan, naar de bliksem' betekende.