Hoe spreek je een woord als buien uit? Zit er een j-klank voor de e (bui-jen) of kan een w-klank ook (bui-wen)?

De meeste mensen vinden bui-jen de normale uitspraak. De uitspraak bui-wen is fonologisch ook goed verklaarbaar, maar komt minder voor.

Die variatie heeft te maken met de uitspraak van de tweeklank ui. De klank waar de ui op eindigt, klinkt bij sommigen als uu, terwijl er bij anderen iets van een ie in zit. Als er op de ui een uh-klank (de 'stomme e' van de of me) volgt, zoals in buien en buiig, verbind je die twee klanken automatisch met een 'glijklank'.

De glijklank tussen uu en uh is een w, zoals in continue (kon-tie-nuu-wuh). De glijklank tussen ie en uh is een j, zoals in knieën (knie-juhn). Doordat er twee uitspraken van de ui zijn, kunnen op die tweeklank beide glijklanken volgen: w (bui-wuhn) en j (bui-juhn). Die laatste uitspraak is het gewoonst. Het Uitspraakwoordenboek (2000) en de ABN-uitspraakgids (1998) vermelden standaard de glijklank j in woorden als buien, buiig, luie en luieren; het Groot uitspraakwoordenboek van de Nederlandse taal (1974) zet de j tussen haakjes.

In sommige delen van het taalgebied - vooral het Groene Hart in Nederland, zo lijkt het - eindigt de ui bij de meeste sprekers in alle gevallen op een echte uu-klank en verandert hij niet van klank in buien, buiig en vergelijkbare woorden, waardoor ze net als in continue een w als glijklank gebruiken: bui-wen, bui-wig. Er is geen officiële regel of instantie die bepaalt of dit bij de standaardtaal hoort; wij zouden zeggen dat het normale variatie binnen het Standaardnederlands is.