Waar komt de uitdrukking de hand in eigen boezem steken vandaan?

Wie de hand in eigen boezem steekt, zoekt de schuld bij zichzelf: hij gaat bij zijn eigen geweten te rade of hem iets te verwijten valt (in plaats van direct naar anderen te wijzen).

Het Groot uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt over deze zegswijze: "Met de boezem werd de holte of ruimte tussen de borst en het daaroverheen hangende kledingstuk aangeduid. De borst gold als zetel van het gevoel. Wie de hand in eigen boezem stak, ging te rade bij zijn geweten of zijn gevoel, en erkende zijn eigen schuld, in plaats van anderen te beschuldigen."

Voor de verklaring van deze zegswijze wordt vaak verwezen naar de Bijbel. In Exodus 4:6-8 (NBG-vertaling 1951) staat: "Wederom zeide de HERE tot hem [nl. Mozes]: Steek uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem en toen hij ze eruit trok, zie, zijn hand was melaats, sneeuwwit. Daarop zeide Hij: Steek uw hand opnieuw in uw boezem. En hij stak zijn hand opnieuw in zijn boezem en toen hij ze eruit trok, zie, zij was weer geworden als zijn overige vlees."

Volgens het Groot uitdrukkingenwoordenboek is het echter onwaarschijnlijk dat de hand in eigen boezem steken rechtstreeks aan deze bijbelpassage ontleend is. Er is hier immers geen sprake van het gebruik van boezem als zetel van het geweten; God vraagt Mozes niet bij zichzelf te rade te gaan, maar laat Mozes zijn almacht zien.

F.A. Stoett vermeldt de variant in eigen boezem tasten; dit betekent eveneens iets als 'bij je eigen geweten te rade gaan'.