Wat is juist: de risico of het risico?
 

Het is allebei juist: alle spellinglijsten en woordenboeken vermelden bij risico de lidwoorden het en de (m). Wel is het risico verreweg het gebruikelijkst. De a-zinnen hieronder zijn dus gebruikelijker dan de b-zinnen:

  1. Het risico is klein.
  2. De risico is klein
  1. Ons risico is minimaal.
  2. Onze risico is minimaal.
  1. Dat/dit risico is aanwezig.
  2. Die/deze risico is aanwezig.

De risico is ouder dan het risico. Het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt zelfs drie geslachten bij risico: "zelfstandig naamwoord vrouwelijk (oudtijds ook mannelijk), thans ook onzijdig; meervoud risico's. Ontleend aan het Italiaanse risico: 'gevaar, kans, toeval, waagstuk'".