Waar komt de zegswijze de hond in de pot vinden vandaan?

De hond in de pot vinden betekent dat je ergens aankomt waar het eten net op is. Vaak wordt ermee bedoeld: zó laat thuiskomen dat de andere gezinsleden al helemaal klaar zijn met eten. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) wordt deze zegswijze ook wel gebruikt in de ruimere betekenis 'niets krijgen, omdat alles al naar anderen is gegaan'.

De herkomst is het beeld van de hond die na de maaltijd de (bijna) lege pannen en schalen mag uitlikken. Of zoals F.A. Stoett het zegt: "Thuiskomen en alles, het middagmaal, op vinden, terwijl de hond reeds bezig is den pot uit te likken. In 't Middelnederlands de hont is in der scapraden (...)." Sc(h)apraai is een oud woord voor 'provisiekast'; de hond zou dan de kliekjes opeten die in deze kast bewaard werden.

Volgens Stoett vindt men in Vlaanderen niet de hond in de pot, maar de kat in de ketel. Van Dale (2005) vermeldt dat "gewestelijk" de varianten de pot staat in het gootgat (het gootgat is zo ongeveer de voorloper van de gootsteen) en over de pot springen (waarvan de herkomst nergens wordt uitgelegd) voorkomen. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek geeft de hond in de hutspot vinden als Vlaamse variant.