Waar komt de zegswijze de kous op de kop krijgen vandaan?

De kous op de kop krijgen betekent 'afgewezen worden, teleurgesteld worden, achter het net vissen'.

Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) werd deze zegswijze oorspronkelijk gebruikt voor 'berooid of onverrichter zake terugkomen van een reis'. F.A. Stoett vermeldt met de kous op het hoofd (of op den kop) thuiskomen; volgens hem werd de zegswijze vaak gebruikt in verband met een mislukt examen of een afgewezen huwelijksaanzoek.

De oorsprong van deze uitdrukking is verder onduidelijk. Misschien was de kous een soort narrenmuts. Op een schilderij van Cornelis Dusart (1660-1704) staat een muzikant afgebeeld met een kous op zijn hoofd, spelend in een herberg. De kous op de kop krijgen zou dan vooral voortkomen uit leedvermaak: wie moet afdruipen zonder te krijgen wat hij/zij wil, staat 'voor gek'.

Volgens het Groot uitdrukkingenwoordenboek kan de kous op de kop krijgen echter ook betrekking hebben op het feit dat mensen per abuis een kous op hun hoofd zetten in plaats van hun slaapmuts. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vindt dit ook een "vroeger volstrekt niet denkbeeldige mogelijkheid".

Het Junior Spreekwoordenboek van Van Dale (2001) geeft een andere mogelijke verklaring: "Sommigen denken dat de uitdrukking is afgeleid van een verhaal over een man die eerst rijk was maar later arm werd en toen zelfs geen muts meer over had om op zijn hoofd te zetten. In plaats van een muts nam hij toen maar een kous."

Een verklaring waarvan men inmiddels zeker weet dat ze niet klopt, maar die je nog weleens tegenkomt, is dat met kous de ijzeren ring in de strop van een takel bedoeld is; zo'n ring moest voorkomen dat het touw te snel sleet. Als zo'n ring losschiet, kan die het hoofd raken.