Waar komt de tering naar de nering zetten vandaan?

Wie de tering naar de nering zet, past zijn uitgaven aan aan zijn inkomsten. Meestal wordt er iets mee bedoeld als 'we moeten even de broekriem aanhalen', en wordt het dus gebruikt in situaties waarin er om wat voor reden dan ook (tijdelijk) minder geld in kas is. Bijvoorbeeld: 'Dit jaar geen vakantie in het buitenland; we moeten even de tering naar de nering zetten.' In Vlaanderen bestaat er een variant met een woordspeling: 'Stelt de tering naar de nering of uw nering krijgt de tering.'

In de tering naar de nering zetten wordt met tering niet verwezen naar een ziekte. Het is afgeleid van een verouderd werkwoord teren, dat onder meer de volgende betekenis had: 'in zijn levensonderhoud voorzien, met de bijgedachte aan het verbruiken van voedsel of van het geld waarmee dat voedsel is gekocht'. Denk ook aan op iemands zak teren ('op iemand anders' kosten leven'). Nering is volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands afgeleid van het verouderde werkwoord neren ('voeden, onderhouden'); denk ook aan het Duitse woord Nahrung ('voeding'). Nering heeft ook de betekenis 'middel van bestaan, bedrijf waarmee iemand in zijn onderhoud voorziet'. F.A. Stoett vermeldt dat in het Middelnederlands na der neren die tere setten al voorkwam.

Overigens is tering als aanduiding voor de ziekte tuberculose eveneens afgeleid van het werkwoord teren. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt dat teren in de betekenis 'wegteren' werd gebruikt in een terende ziekte, 'een ziekte die het lichaam langzaam sloopt'. Met de terende ziekte werd meestal tuberculose bedoeld.