Waar komt de uitdrukking een rare snijboon vandaan?

Iemand die een rare snijboon is, is een wonderlijke figuur, iemand die vreemde en vaak ook onverwachte dingen zegt en doet.

Waarom we spreken van een rare snijboon is helaas niet duidelijk. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij snijboon: "In toepassing op personen, meestal in de verbinding een rare snijboon, iemand die zich wonderlijk gedraagt of er wonderlijk uitziet, maar vooral: iemand die geheel onberekenbaar is, een rare snijder." Bij snijder vermeldt het WNT als eerste betekenis 'kleermaker', maar er staat ook bij dat in de standaardtaal snijder alleen schertsend wordt gebruikt. Een van die schertsende toepassingen is een rare snijder, "een zonderling, onberekenbaar persoon". Verder verwijst het WNT naar een rare snuiter. Snuiter zou hier een vriendelijker variant van snotneus zijn; een rare snijder en een rare snuiter zouden elkaar hebben beïnvloed.

Het Etymologisch woordenboek van het Nederlands (EWN) vindt het verband tussen snotneus en snuiter echter onwaarschijnlijk. Een snuiter was de benaming van een instrumentje om kaarsen mee te doven ('kaarsen snuiten') en geen persoonsaanduiding als 'iemand die z'n neus snuit'. Omdat het snuiten van kaarsen zo'n onbetekenende handeling was, kreeg snuiter de betekenis 'onhandig persoon' erbij, en vandaar 'onbenul, zonderling'. Hetzelfde is gebeurd met knuppel: dit is eigenlijk een aanduiding voor een voorwerp, maar het werd later ook een persoonsaanduiding ('lomperik, pummel').

Het lijkt in elk geval niet onmogelijk dat het bestaan van een rare snuiter/snijder invloed heeft gehad op het ontstaan van een rare snijboon, maar dat verband wordt in geen enkel naslagwerk gelegd.

Er bestaan nog meer uitdrukkingen om een vreemde vogel mee aan te duiden. Enkele daarvan zijn:

  • Een rare speksnijder: een speksnijder was vroeger de man die het spek van de gevangen walvis sneed.
  • Een rare kwant: een kwant betekende eerst 'kameraad, makker' en later 'jongeman'. Sinds de achttiende eeuw wordt kwant alleen in ongunstige zin gebruikt. Het gaat volgens Van Dale (2005) mogelijk terug op het middeleeuws-Latijnse quantus, 'een zeker iemand'.
  • Een rare sinjeur: sinjeur is afgeleid van het Franse seigneur, 'mijnheer'.
  • Een rare bokkinees: verbastering van Boeginees, de benaming van een inwoner van Sulawesi (Celebes) of een van de eilanden die daarbij in de buurt liggen.
  • Een rare (water)chinees: volgens F.A. Stoett gaat deze uitdrukking terug op de aanblik van een Chinees die in kleermakerszit op een paar stukjes bamboe gezeten in zee ronddrijft om te vissen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal spreekt van een drijvend bamboematje waar de Chinese visser op zou zitten.